Uitspraak
1.Procesverloop in cassatie
2.Beoordeling van het cassatiemiddel
- de aan de akte instellen hoger beroep gehechte schriftelijke bijzondere volmacht van de advocaat van de verdachte [betrokkene 1] aan de strafgriffie van de rechtbank van 19 juli 2023 inhoudt dat de advocaat als adres voor de toezending van een afschrift van de dagvaarding in hoger beroep als bedoeld in artikel 450 lid 3 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) heeft opgegeven: [a-straat 1] , [postcode 1] in [plaats] (het kantooradres van de advocaat);
Het komt er dus op neer dat ook als de dagvaarding wel op grond van artikel 36e lid 2, aanhef en onder b, Sv zou zijn uitgereikt aan de autoriteit van welke zij is uitgegaan, deze de verdachte niet zou hebben bereikt, terwijl vervolgens (een afschrift van) de dagvaarding bij het in de schriftelijke bijzondere volmacht vermelde kantooradres van de advocaat terecht zou (moeten) zijn gekomen. In dit specifieke geval heeft het verzuim om de dagvaarding uit te reiken aan de autoriteit van welke zij is uitgegaan – in vergelijking met de gang van zaken die uit de onder 2.2.1 weergegeven stukken blijkt en die inhoudt dat de dagvaarding aan het kantooradres van de advocaat is uitgereikt – niet tot een voor de verdachte ander resultaat geleid. De verdachte heeft daarom onvoldoende belang bij de in het cassatiemiddel aangevoerde klacht.
3.Beslissing
23 juni 2026.