ECLI:NL:KTGZWO:2000:AB1449
Kantongerecht Zwolle
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsverdeling en causaal verband bij salmonellabesmetting door besmet ijsje
In deze zaak vordert eiseres schadevergoeding wegens salmonellabesmetting die zij heeft opgelopen na consumptie van een ijsje gekocht bij gedaagde. Het onderzoek naar de exacte salmonellasoort bij eiseres kon niet worden herhaald omdat monsters ontbraken, maar het RIVM had vastgesteld dat de ijsjes besmet waren met salmonella van een andere groep dan bij eiseres werd aangetroffen. Gedaagde betwist het causaal verband tussen de besmetting en het ijsje.
De kantonrechter oordeelt dat het verkopen van besmet ijsje een wanprestatie is en dat het risico van ziekte door de verkoper is gecreëerd. Op grond van vaste rechtspraak, waaronder het arrest Dicky Trading II en het Sint-Willibrordarrest, rust op gedaagde de bewijslast om aan te tonen dat de ziekte ook zonder consumptie van het ijsje zou zijn ontstaan.
De kantonrechter geeft gedaagde de gelegenheid om een gespecificeerd bewijsaanbod te doen en dit standpunt te bewijzen. Tevens worden beide partijen verzocht hun beschikbaarheid voor een getuigenverhoor op te geven. Hoger beroep is uitgesloten tot het eindvonnis.
Uitkomst: Gedaagde wordt in de gelegenheid gesteld bewijs te leveren dat de ziekte ook zonder consumptie van het ijsje zou zijn ontstaan.