Uitspraak
BESCHIKKING VAN DE PRESIDENT
[naam 1],
binnen drie maandenverkiezingen dienen plaats te vinden. De klacht komt erop neer dat dit landsbesluit, dat twee eerdere landsbesluiten beoogt te wijzigen, is gepubliseerd nadat de eerdere landsbesluiten reeds in werking waren getreden. Artikel III van het landsbesluit van 14 december 2015 bepaalt dat het in werking treedt met ingang van de datum van dagtekening (14 december 2015). Gesteld wordt dat dit in strijd is met artikel 89 van Pro de Staatsregeling en dat onder deze omstandigheden aan het landsbesluit van 14 december 2015, hoewel op 15 december 2015 (de dag van publicatie) in werking getreden, geen uitvoering mag worden gegeven. Ingevolge de eerdere landsbesluiten werden de Staten ontbonden per 14 maart 2016 en zouden de verkiezingen op 9 februari 2016 plaatsvinden. Het verzoekschrift strekt ertoe dat het Constitutioneel Hof bepaalt dat het gewraakte landsbesluit van 14 december 2015 terzijde wordt gelaten en dat uitvoering wordt gegeven aan de twee eerdere landsbesluiten.
uitsluitenddoor een schriftelijk verzoek van de Ombudsman bij het Constitutioneel Hof aanhangig kan worden gemaakt en niet, zoals in casu, door een schriftelijk verzoek van een willekeurige individuele burger. Blijkens de Memorie van Toelichting op de Staatsregeling heeft de wetgever, mede gelet op de abstracte aard van de constitutionele toetsing en de eventueel zeer ingrijpende gevolgen daarvan, aan de individuele burger geen rechtsstreekse toegang tot dit Hof willen geven doch heeft men de Ombudsman, een onafhankelijke en boven de partijen staande autoriteit, in dezen een poortwachtersfunctie toebedeeld. Het is daarom uitsluitend door - of in ieder geval door tussenkomst van - de Ombudsman dat toetsingsverzoeken aan het Constitutioneel Hof kunnen worden voorgelegd. Zulks sluit niet uit dat dergelijke verzoekschriften door individuele burgers kunnen worden opgesteld en ingediend doch niet dan na uitdrukkelijke autorisatie door, en namens, de Ombudsman [2] . Daarvan is in casu geen sprake. Waar het verzoekschrift binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van zes weken is ingediend, had het Hof dit in beginsel nog naar de Ombudsman kunnen doorzenden met verzoek om te bezien of de Ombudsman het verzoekschrift, al dan niet ongewijzigd, tot het hare wilde maken, doch in dit geval was zulks niet correct vanwege het feit dat het Hof kennelijk onbevoegd is om van deze zaak kennis te nemen.