Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klaagster verzocht op 18 augustus 2011 om benoeming in vaste pensioengerechtigde dienst. Het gerecht verklaarde op 16 januari 2013 het bezwaar gegrond tegen het uitblijven van een beslissing en bepaalde dat verweerders binnen drie maanden een reële beslissing moesten nemen.
Verweerders gaven geen gevolg aan deze uitspraak, waarop klaagster op 15 juli 2013 een bezwaarschrift indiende ex artikel 96 Landsverordening Pro ambtenarenrechtspraak. Tijdens de zitting op 30 september 2013 stonden partijen hun standpunten toe. Klaagster vorderde materiële schadevergoeding wegens het niet kunnen inkopen van voordiensttijd en immateriële schadevergoeding.
Het gerecht stelde vast dat verweerders geen besluitvorming hadden verricht en dat de Pensioenverordening landsdienaren was ingetrokken, waardoor benoeming in vaste pensioengerechtigde dienst niet meer aan de orde was. Materiële schade werd niet aannemelijk gemaakt, maar immateriële schade werd naar billijkheid vastgesteld op Afl. 3.500,- netto. Tevens werden proceskosten aan klaagster toegekend.
De uitspraak werd op 13 november 2013 gegeven door rechter N.K. Engelbrecht te Aruba.
Uitkomst: Verweerders worden veroordeeld tot betaling van immateriële schadevergoeding en proceskosten wegens het niet tijdig nemen van een beslissing.