Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klaagster, werkzaam bij de Griffie der Staten, maakte bezwaar tegen de intrekking van haar bevorderingsbesluit. Verweerder had het Landsbesluit van 26 juli 2013 ingetrokken wegens fouten in de functiewaardering en bevordering naar schaal 9. Klaagster stelde dat het formatierapport waarop de intrekking was gebaseerd niet rechtsgeldig was.
Het gerecht oordeelde dat klaagster ontvankelijk was in haar bezwaar, ondanks een termijnoverschrijding, omdat zij aannemelijk had gemaakt de beschikking later te hebben ontvangen. Uit de feiten bleek dat klaagster de functie van archiefmedewerker bekleedt, gewaardeerd op schaal 8, en dat zij slechts tijdelijk taken van financieel administratief medewerker vervulde zonder benoeming in die functie.
De functiewaardering goedgekeurd door de ministerraad in 2011 geldt als algemeen verbindend voorschrift en kan niet door de ambtenarenrechter worden beoordeeld. Het gerecht concludeerde dat de intrekking van de bevordering naar schaal 9 terecht was omdat klaagster niet in die functie is benoemd.
Wel oordeelde het gerecht dat de intrekking van de bevordering naar schaal 8 onvoldoende was gemotiveerd, waardoor het bezwaar tegen deze intrekking gegrond werd verklaard en het Landsbesluit van 13 juni 2014 in zoverre werd vernietigd. Een proceskostenveroordeling werd niet opgelegd.
Uitkomst: Bezwaar gegrond voor intrekking bevordering naar schaal 8 en ongegrond voor intrekking bevordering naar schaal 9; intrekking schaal 8 vernietigd.