ECLI:NL:OGAACMB:2015:26

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
7 september 2015
Publicatiedatum
15 september 2015
Zaaknummer
Gaza nr. 2879 van 2014
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N.K. Engelbrecht
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 96 LaArt. 134 La
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar ongegrond verklaard tegen uitblijven beschikking bevordering ambtenaar

Klaagster heeft bezwaar gemaakt tegen het uitblijven van een beschikking op haar verzoek tot bevordering. Eerder had het gerecht haar bezwaar gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen twee maanden een nieuwe beslissing te nemen. Klaagster diende vervolgens een bezwaarschrift in op grond van artikel 96 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La).

Het gerecht overweegt dat artikel 96 La Pro alleen bevoegdheid geeft om een schadevergoeding vast te stellen indien een rechterlijke uitspraak niet wordt uitgevoerd. Verweerder heeft de eerdere uitspraak niet gevolgd, maar het staat nog niet vast of klaagster recht heeft op bevordering en vanaf welke datum. Daarom kan nog geen schadevergoeding worden toegekend.

Het gerecht ziet geen reden om de eerdere uitspraak terzijde te stellen en oordeelt dat er in deze procedure geen wettelijke grondslag is om verweerder te veroordelen tot bevordering. Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard. Verweerder blijft wel gehouden om zorgvuldig en tijdig op het verzoek te beslissen.

Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitblijven van een beschikking op het verzoek tot bevordering wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Uitspraak van 7 september 2015
Gaza nr. 2879 van 2014
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar van:
A,
wonende te Aruba,
KLAAGSTER,
procederende in persoon,
tegen:
De minister van Financiën,
zetelende te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. V.M. Emerencia (DWJZ).

1.PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 19 mei 2014 van dit gerecht, is het bezwaar van klaagster gericht tegen het uitblijven van een beschikking op haar verzoek tot bevordering, gegrond verklaard. In voornoemde uitspraak is bepaald dat verweerder binnen twee maanden na de uitspraak een nieuwe beslissing op het verzoek van klager dient te nemen.
Klaagster heeft op 19 november 2014 een bezwaarschrift ex artikel 96 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La) ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van 18 mei 2015 alwaar klager in persoon is verschenen en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van Pro de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.
2.2
Volgens vaste jurisprudentie van de Raad [1] biedt artikel 96 van Pro de La slechts grondslag voor de bevoegdheid om bij het niet uitvoeren van een uitspraak schadevergoeding vast te stellen met terzijdestelling van de uitspraak. Verweerder heeft geen gevolg gegeven aan de uitspraak van 19 mei 2014, waarbij hem is opgedragen om binnen twee maanden na dagtekening van de uitspraak opnieuw te beslissen op het verzoek tot bevordering van klaagster. In die uitspraak heeft het gerecht overwogen dat de motivering van verweerder voor weigering van het bevorderingsverzoek de beschikking niet kan dragen. Daarmee is, echter, (nog) niet vast komen te staan dat klaagster voor bevordering in aanmerking komt en met ingang van welke datum. Het verzoek om schadevergoeding kan dan ook niet worden toegewezen, nu nog niet vast staat dat klaagster schade heeft geleden. Pas nadat door verweerder hieromtrent een nieuw besluit is genomen, kan het gerecht daarover een oordeel vormen. Het gerecht ziet geen aanleiding de uitspraak van 19 mei 2014 terzijde te stellen. Voor het veroordelen van verweerder tot bevordering van klaagster naar de rang van klerk op het niveau van schaal 3, bestaat in deze procedure geen wettelijke grondslag.
2.3
Het bezwaar zal ongegrond worden verklaard. Het vorenstaande laat onverlet dat verweerder uit oogpunt van zorgvuldigheid en zijn voorbeeldfunctie in de maatschappij nog immer gehouden is opnieuw op het verzoek van klaagster te beslissen.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze uitspraak is gegeven door mr. N.K. Engelbrecht, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 7 september 2015, in tegenwoordigheid van de griffier
Op grond van artikel 134 Landsverordening Pro ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak hoger beroep open bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Hoger beroep dient te worden ingesteld binnen 30 dagen na de dag van deze uitspraak.

Voetnoten

1.Raad van Beroep in Ambtenarenzaken, 20 september 2007, ECLI:NL:ORBANAA:2007:BK4262