Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoeker, een gevangenbewaarder, is ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim nadat hij samen met collega’s een geboeide gevangene ernstig mishandelde. Dit ontslag werd onmiddellijk ten uitvoer gelegd op grond van dienstbelang. Verzoeker erkent de gedragingen, maar betoogt dat het ontslag een te zware sanctie is, mede vanwege de zware en onveilige werkomstandigheden en het ongelijk behandelen van collega’s.
Het gerecht oordeelt dat het ontslag niet onevenredig is, omdat de veiligheid van gedetineerden een kernverantwoordelijkheid is en het handelen van verzoeker dit ernstig heeft geschonden. De strafrechter heeft verzoeker bovendien veroordeeld tot 24 maanden gevangenisstraf en een ambtsverbod van vijf jaar wegens medeplegen van foltering.
Het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad om doorbetaling van salaris te verkrijgen wordt afgewezen, omdat het bezwaar in de bodemprocedure waarschijnlijk ongegrond zal zijn. Ook het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt, aangezien niet is vastgesteld dat verweerder reeds definitieve besluiten nam over collega’s en de gevallen niet vergelijkbaar zijn.
Het gerecht concludeert dat de onmiddellijke tenuitvoerlegging van het ontslag gerechtvaardigd is door het dienstbelang en dat het verzoek geen aanleiding geeft tot voorlopige voorzieningen.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad tegen het ontslag wordt afgewezen.