ECLI:NL:OGAACMB:2016:14
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ernstig plichtsverzuim door poging tot wederrechtelijke toe-eigening klinkers
Klager, ambtenaar bij de Dienst Openbare Werken (DOW), werd ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim nadat hij op 4 september 2014 werd betrapt op het laden van klinkers in een pick-up zonder toestemming. Klager betwistte de beschuldiging en stelde dat hij slechts een collega vergezelde en handelde op verzoek van een aannemer met vermeende toestemming van DOW.
Het gerecht baseerde zich op verklaringen van de beheerder van het zandbedrijf, de aannemer en een collega van klager. Deze verklaringen wezen uit dat de aannemer geen toestemming had en dat de klinkers niet voor werkgerelateerde doeleinden waren bestemd. Het gerecht concludeerde dat klager zich bewust was van de wederrechtelijkheid van zijn handelen.
Het disciplinaire ontslag werd als proportioneel beoordeeld. Klager's procedurele bezwaren tegen een eerdere schorsingsbeschikking werden verworpen omdat hij daartegen geen rechtsmiddel had aangewend. Ook het ontbreken van strafrechtelijke aangifte deed niet af aan de rechtmatigheid van het ontslag.
Het gerecht verklaarde het bezwaar ongegrond en bevestigde het ontslag. Klager werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen dertig dagen na de uitspraak.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het ontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt ongegrond verklaard en het ontslag bevestigd.