ECLI:NL:OGAACMB:2016:36
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen schorsing ambtenaar wegens verdenking zedenmisdrijf ongegrond verklaard
Klager, werkzaam als ambtenaar bij het Bureau Orthopedagogisch Centrum, werd op 27 mei 2015 aangehouden op verdenking van zedenmisdrijven jegens een minderjarige. Na voorlopige hechtenis werd hij op 1 juli 2015 door het Gemeenschappelijk Hof van Justitie onmiddellijk in vrijheid gesteld wegens onvoldoende ernstige bezwaren.
Desondanks werd klager geschorst door de Gouverneur van Aruba op grond van artikel 87 van Pro de Landsverordening materieel ambtenarenrecht, omdat het ongestoord functioneren van de dienst niet langer verzekerd was. Klager maakte bezwaar tegen deze schorsing en stelde dat de schorsing onterecht was gezien zijn vrijlating.
Het gerecht oordeelt dat de vrijlating niet betekent dat klager geen verdachte meer was, aangezien het strafrechtelijk onderzoek nog liep en belastende verklaringen bestonden. Gezien de aard van de verdenking en klagers functie met direct contact met kwetsbare minderjarigen was de schorsing gerechtvaardigd.
Het bezwaar wordt daarom ongegrond verklaard. De uitspraak werd gedaan door ambtenarenrechter W.C.E. Winfield op 6 juni 2016, waarbij partijen werden gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen dertig dagen.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de schorsing van de ambtenaar wegens verdenking van zedenmisdrijf wordt ongegrond verklaard.