ECLI:NL:OGAACMB:2016:83
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.M. Martinez
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bezwaar tegen plaatsing en functieniveau binnen Gereorganiseerd Korps Politie Curaçao
De zaak betreft het bezwaar van een ambtenaar tegen haar plaatsing binnen het Gereorganiseerd Korps Politie Curaçao (GKPC) na een reorganisatie. De ambtenaar was voorheen Medewerker Financiële Onderzoeken en ontving een plaatsingsaanbod als Senior Financieel Rechercheur, terwijl zij benoeming als Teamleider wenste. De Minister wees dit bezwaar af omdat niet was aangetoond dat zij de functie van Teamleider gedurende drie aaneengesloten jaren had vervuld.
De ambtenaar stelde dat zij sinds 2009 werkzaamheden verricht die overeenkomen met die van Teamleider en dat zij daarom in een hogere salarisschaal geplaatst moest worden. De Minister betwistte dit en stelde dat de relevante periode voor beoordeling van november 2010 tot maart 2014 liep, waarin zij niet de leidinggevende werkzaamheden had verricht die bij de Teamleiderfunctie horen.
Het Gerecht oordeelde dat de brief van de Minister slechts een aankondiging van het besluit was en geen beschikking, waardoor het bezwaar tegen die brief niet-ontvankelijk was. Het bezwaar tegen het landsbesluit, waarin de benoeming als Senior Financieel Rechercheur werd vastgesteld, werd inhoudelijk beoordeeld. Het Gerecht concludeerde dat de aangevoerde brieven geen bewijs leverden dat de ambtenaar structureel leidinggevende taken had verricht in de relevante periode. De benoeming in schaal 8p was redelijk en het bezwaar werd ongegrond verklaard.
Een verzoek om vergoeding van advocaatkosten werd eveneens afgewezen. De uitspraak werd gedaan door rechter N.M. Martinez op 15 juli 2016.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het landsbesluit tot plaatsing als Senior Financieel Rechercheur wordt ongegrond verklaard.