ECLI:NL:OGAACMB:2017:101
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onbevoegdheid gerecht in ambtenarenzaken bij mededeling feitelijke aard zonder rechtsgevolg
Klager ontving een brief van de minister van Algemene Zaken waarin werd meegedeeld dat een disciplinaire procedure tegen hem werd stopgezet en dat overgegaan zou worden tot een overplaatsingsprocedure. Klager diende hiertegen een bezwaarschrift in bij het gerecht in ambtenarenzaken. Het gerecht overwoog dat de brief een mededeling van feitelijke aard is, niet gericht op enig rechtsgevolg, en niet kan worden aangemerkt als een disciplinaire straf omdat deze niet van het bevoegde gezag afkomstig is.
Daarom kwalificeert de brief niet als een beschikking of andere handeling in de zin van de Landsverordening ambtenarenrecht (La), waardoor het gerecht onbevoegd is om kennis te nemen van het bezwaarschrift. Het gerecht wees klager op de mogelijkheid om op grond van artikel 13 van Pro de Landsverordening persoonsregistraties een verzoek tot verwijdering van de brief te doen.
De procedure omvatte een pro-forma bezwaarschrift, aanvullende gronden, een contramemorie van verweerder en een zitting waarop partijen verschenen. Klager gaf aan tevreden te zijn met zijn nieuwe functie na overplaatsing. Het gerecht wees het bezwaar af wegens onbevoegdheid en informeerde over de hogerberoepsmogelijkheden.
Uitkomst: Het gerecht verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het bezwaarschrift tegen de brief en wijst op de mogelijkheid tot verwijdering via de persoonsregistratiewet.