ECLI:NL:OGAACMB:2017:4
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- N.K. Engelbrecht
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen tenuitvoerlegging voorwaardelijke disciplinaire straf niet-ontvankelijk verklaard
Klager heeft bezwaar gemaakt tegen de tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke disciplinaire straf die hem was opgelegd bij Landsbesluit van 7 maart 2014. De bestreden beschikking tot tenuitvoerlegging is gegeven op 31 mei 2016. Klager diende zijn bezwaar echter pas op 13 juli 2016 in, na het verstrijken van de wettelijke termijn van dertig dagen.
Het gerecht overwoog dat de termijn voor het indienen van bezwaar begon op 1 juni 2016 en eindigde op 30 juni 2016. Hoewel klager aanvoerde dat hij de beschikking direct na ontvangst kwijt was geraakt en pas op 12 juli 2016 een afschrift ontving, oordeelde het gerecht dat de datum van ontvangst op 31 mei 2016 geldt als het moment waarop klager redelijkerwijs kennis kon nemen van de beschikking. Hierdoor was het bezwaar te laat ingediend.
Daarnaast stelde het gerecht vast dat het ontbreken van een afschrift bij het bezwaar geen reden is om het bezwaar alsnog ontvankelijk te verklaren, aangezien de rechter de indiener in de gelegenheid stelt dit verzuim te herstellen. Het bezwaar werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door ambtenarenrechter N.K. Engelbrecht op 6 februari 2017.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de tenuitvoerlegging van de disciplinaire straf is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de bezwaartermijn.