ECLI:NL:OGAACMB:2017:49

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
3 juli 2017
Publicatiedatum
12 juli 2017
Zaaknummer
AUA201700832
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 LaArt. 84 LaArt. 94 La
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voorziening bij voorraad wegens ontbreken bezwaarschrift en materiële connexiteit

Verzoeker heeft bij het Gerecht in Ambtenarenzaken een verzoek ingediend tot het treffen van een voorziening bij voorraad tegen een mailbericht van 25 april 2017 waarin verweerder verzoeker verplichtte 47 vakantiedagen aansluitend op te nemen. Verzoeker had echter geen bezwaarschrift ingediend tegen dit mailbericht, wat een vereiste is voor materiële connexiteit.

Hoewel artikel 84, vierde lid, van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) toestaat dat een bezwaarschrift na de uitspraak op een voorziening bij voorraad kan worden ingediend, was in dit geval de termijn voor het indienen van bezwaar reeds verstreken. Een alsnog ingediend bezwaar zou naar voorlopig oordeel niet-ontvankelijk zijn.

Verzoekers betoog dat het verzoek samenhangt met een schorsingsbesluit van de Gouverneur werd verworpen, mede omdat dat besluit was ingetrokken. Ook het latere Landsbesluit waarop verzoeker zich beriep, dateerde van na het verzoek om voorziening bij voorraad en gaf geen grond voor een ander oordeel.

Gelet op het voorgaande zag het gerecht geen reden om de gevraagde voorziening te treffen en wees het verzoek af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad wordt afgewezen wegens het ontbreken van een bezwaarschrift en het niet voldoen aan materiële connexiteit.

Uitspraak

Uitspraak van 3 juli 2017
AUA201700832
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad als bedoeld in
artikel 94 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[klager],
wonend in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: de advocaat mr. E.E. Rosenstand,
gericht tegen:
de directeur van het Departamento di Impuesto,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. C.L. Geerman (DRH).

1.PROCESVERLOOP

Bij mailbericht van 25 april 2017 heeft verweerder verzoeker verplicht 47 vakantiedagen aansluitend op te nemen.
Op 15 mei 2017 heeft verzoeker het gerecht verzocht een voorziening bij voorraad te treffen.
Op 12 juni 2017 heeft verweerder een contramemorie ingediend.
Op 16 juni 2017 heeft verzoeker nadere stukken ingediend.
Het gerecht heeft de zaak ter zitting behandeld op 19 juni 2017, waar verzoeker, bijgestaan door de gemachtigde voornoemd, en verweerder, vertegenwoordigd door de gemachtigde voornoemd, bijgestaan door M. Meaux, werkzaam bij het Departamento di Recurso Humano, R. Pang en S. Freitas, beiden werkzaam bij de Centrale Accountantsdienst, en L. Pieters en A. Giel, beiden werkzaam bij de Departamento di Impuesto, zijn verschenen.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge artikel 41, eerste lid, van de La wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking of de aangevallen handeling of weigering genomen, verricht of uitgesproken is.
Ingevolge artikel 94 kan Pro een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is.
Ingevolge het vierde lid, voor zover thans van belang, vervalt de uitspraak op een zodanig verzoekschrift indien niet binnen acht dagen nadien een bezwaarschrift, betreffende de hoofdzaak, bij het gerecht is ingediend.
2.2
Verzoeker heeft bij het gerecht geen bezwaarschrift tegen het mailbericht van 25 april 2017 ingediend. Aldus is niet voldaan aan het vereiste van materiële connexiteit. Weliswaar biedt artikel 84, vierde lid, van de La een verzoeker de mogelijkheid om eerst nadat uitspraak op een verzoek om het treffen van een voorziening bij voorraad is gedaan een bezwaarschrift betreffende de hoofdzaak in te dienen, maar in dit geval is de termijn, waarbinnen bezwaar kon worden gemaakt reeds verstreken. Een nog in te dienen bezwaar zal naar voorlopig oordeel dan ook niet‑ontvankelijk worden verklaard.
Voor zover verzoeker ter zitting heeft betoogd dat het verzoek samenhangt met het Landsbesluit van 27 januari 2017, no. 9, waarbij de Gouverneur verzoeker in zijn ambt heeft geschorst, geeft dat geen grond voor een ander oordeel, reeds omdat dit Landsbesluit bij Landsbesluit van 1 juni 2017, no. 1 door de Gouverneur is ingetrokken. Voor zover verzoeker ter zitting heeft betoogt dat het verzoek samenhangt met laatstvermeld Landsbesluit, geeft dat evenmin grond voor een ander oordeel, reeds omdat dat Landsbesluit dateert van na het indienen van het verzoek om het treffen van een voorziening bij voorraad.
2.3
Gelet op het vorenoverwogene bestaat geen grond voor het treffen van een voorziening.
2.4
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 3 juli 2017 in aanwezigheid van de griffier.