ECLI:NL:OGAACMB:2017:79
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van functiewaardering en ingangsdatum bevordering hoofdcommies Openbaar Onderwijs
Klager is bevorderd tot hoofdcommies bij het Openbaar Onderwijs met een bezoldiging in schaal 10, dienstjaar 7, met ingang van 1 juni 2013. Hij maakte bezwaar tegen de functiewaardering en de ingangsdatum van zijn bevordering. Verweerder stelde dat de functie maximaal gewaardeerd is op schaal 10 en dat de bevordering terecht per genoemde datum is vastgesteld, mede vanwege het beleid dat een schaalverschil tussen een diensthoofd en zijn directe medewerkers moet bestaan.
Klager betoogde dat de functie op schaal 11 hoort te worden gewaardeerd en dat hij al vanaf 2011 aan de eisen voor bevordering naar schaal 10 voldeed en vanaf 2013 voor schaal 11. Hij verwees naar verzoeken van de algemeen directeur en een ingevuld functie-inventarisatieformulier dat schaal 11 aangaf. Verweerder toonde aan dat de functiewaardering door de afdeling personeelszaken (DRH) was herzien en vastgesteld op schaal 10, met aanpassingen op het door klager ingevulde formulier.
Het gerecht oordeelde dat klager niet had bestreden dat de DRH de functie op schaal 10 had gewaardeerd en dat verweerder zich terecht op dit standpunt had gesteld. De verklaring van het hoofd Dienst Publieke Scholen bevestigde dat de functie op schaal 10 was gewaardeerd. Ook het beleid dat een schaalverschil tussen diensthoofd en medewerkers moet bestaan, rechtvaardigde de vaststelling van de ingangsdatum van de bevordering. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het bezwaar van klager tegen de functiewaardering en ingangsdatum bevordering wordt ongegrond verklaard.