ECLI:NL:OGAACMB:2018:10

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
26 februari 2018
Publicatiedatum
12 maart 2018
Zaaknummer
GAZA nr. AUA201800171
Instantie
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 Landsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voorlopige voorziening toelating BOA-opleiding

Verzoeker, een bedrijfsinspecteur werkzaam bij de Directie Arbeid en Onderzoek, heeft zich in 2017 aangemeld voor de opleiding tot Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA). Na afwijzing van zijn toelating en het uitblijven van reactie op zijn verzoeken om heroverweging, heeft hij bij het gerecht een voorlopige voorziening gevraagd om alsnog toegelaten te worden tot de opleiding.

Tijdens de zitting heeft een vertegenwoordiger van het Korps Politie Aruba toegelicht dat de juiste opleiding voor verzoeker de BOA-opleiding is en dat de startdatum daarvan nog niet bekend is. Het gerecht oordeelt dat er geen sprake is van een situatie die een onverwijlde voorziening rechtvaardigt, aangezien de opleiding nog niet is begonnen en er geen zicht is op de startdatum.

Daarom wordt het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter E.M.D. Angela op 26 februari 2018.

Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening om toegelaten te worden tot de BOA-opleiding wordt afgewezen.

Uitspraak

Uitspraak van 26 februari 2018
GAZA nr. AUA201800171
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het verzoek tot het treffen van een beslissing bij voorraad als bedoeld in
artikel 94 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[verzoeker],
wonende in Aruba,
VERZOEKER,
gemachtigde: de advocaat mr. E. Duijneveld,
gericht tegen:
1.DE GOUVERNEUR,
2.DE MINISTER VAN JUSTITIE,
zetelend in Aruba,
VERWEERDERS,
gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ)

1.PROCESVERLOOP

Verzoeker, bedrijfsinspecteur werkzaam bij de Directie Arbeid en Onderzoek (DAO), heeft zich in het jaar 2017 aangemeld voor de opleiding tot Buitengewoon Opsporingsambtenaar (BOA) en heeft daartoe de toelatingsprocedure gevolgd. In juni/juli 2017 heeft verzoeker van de Directeur DAO vernomen dat hij niet is toegelaten tot de opleiding.
Bij brief van 17 oktober 2017 heeft verzoeker aan verweerders (d.t.k.v. de hoofdcommissaris van politie) verzocht om de beslissing te heroverwegen en hem toe te staan de opleiding tot buitengewoon agent van politie te volgen. Op dit verzoek heeft verzoeker geen reactie gekregen.
Bij brief van 15 januari 2018 heeft verzoeker verweerders (d.t.k.v. de hoofdcommissaris van politie) wederom verzocht om hem toe te laten de opleiding te volgen. Op dit verzoek heeft verzoeker ook geen reactie gekregen.
Verzoeker heeft middels een op 22 januari 2018 ingediend verzoekschrift gevraagd een voorziening bij voorraad te treffen als bedoeld in art 94 La Pro, ertoe strekkende dat hij wordt toegelaten tot de hiervoor vermelde opleiding.
Het verzoek is op 8 februari 2018 behandeld in raadkamer, waar verzoeker is verschenen bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd en verweerder zich heeft laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Ter zitting is tevens verschenen mr. [X], belast met de opleidingen bij het Korps Politie Aruba (KPA).
De uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

Spoedeisend belang

2.1
Verzoeker heeft ten aanzien van zijn spoedeisend belang aangevoerd dat hij heeft vernomen dat de opleiding tot buitengewoon agent van politie in januari een aanvang zal nemen.
2.2
Mr. [X], belast met de opleidingen bij het Korps Politie Aruba, heeft ter zitting onbestreden aangevoerd dat de opleiding die verzoeker gelet op zijn functie bij de Directie Arbeid en Onderzoek dient te volgen niet de opleiding tot Buitengewoon Agent van Politie betreft maar de opleiding tot Bijzonder Opsporingsambtenaar (BOA) en dat er nog geen zicht is wanneer de BOA-opleiding zal beginnen.
2.3
Ingevolge artikel 94, eerste lid, van de La kan een ambtenaar bij een met redenen omkleed verzoekschrift aan het gerecht in ambtenarenzaken een beslissing bij voorraad vragen in alle gevallen waarin een bezwaarschrift op grond van deze landsverordening kan worden ingediend, doch waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is.
Nu de BOA-opleiding nog niet is aangevangen en er nog geen zicht is wanneer de BOA-opleiding van start zal gaan, is er naar het oordeel van het gerecht geen sprake van een situatie waarin ter voorkoming van onevenredig nadeel voor de ambtenaar, een onverwijlde voorziening wenselijk is. Reeds gelet hierop dient het verzoek te worden afgewezen.
2.4
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
wijst het verzoek af.
Deze uitspraak is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 26 februari 2018 in aanwezigheid van de griffier.