Uitspraak
1.Procesverloop
2.Beoordeling
3.Beslissing
verklaarthet bezwaar
ongegrond.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klaagster, werkzaam bij de Toelatingsorganisatie van het Ministerie van Justitie, werd geschorst naar aanleiding van een strafrechtelijk onderzoek wegens fraude. Tijdens haar schorsing werd een derde van haar loon ingehouden op grond van de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (LMA). Het Gerecht oordeelt dat de inhouding van het loon rechtmatig is, ondanks een evidente verschrijving in de wetstekst.
Hoewel van verweerster verwacht mocht worden dat zij in het schorsingsbesluit de belangenafweging specificeerde, acht het Gerecht de motivatie voldoende gelet op de ernst van de verdenking en het verband met de ambtelijke functie. De schorsing na de invrijheidstelling is gerechtvaardigd en het besluit om de schorsing voort te zetten na de strafrechtelijke eindbeslissing is eveneens gegrond.
Het Gerecht stelt vast dat de inhouding van het loon na de strafrechtelijke eindbeslissing per 15 augustus 2018 niet langer gegrond is en dat verweerster deze inhouding met terugwerkende kracht dient te beëindigen. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het schorsingsbesluit wordt ongegrond verklaard en de looninhouding is rechtmatig tot 15 augustus 2018.