ECLI:NL:OGAACMB:2018:16
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening na verzoek bevordering ambtenaar
Klaagster heeft op 6 december 2016 een schriftelijk verzoek ingediend om bevordering tot de rang van commies (schaal 8) met ingang van 1 april 2011. Het bestuursorgaan heeft niet binnen de redelijke termijn van één jaar op dit verzoek beslist, waardoor de weigering tot het nemen van een beschikking geacht wordt te zijn uitgesproken.
Klaagster heeft vervolgens op 9 juni 2017 een bezwaarschrift ingediend tegen het uitblijven van een beslissing. Dit bezwaarschrift is echter ingediend voordat de redelijke termijn van één jaar was verstreken, namelijk slechts zes maanden na haar verzoek. Volgens vaste jurisprudentie en artikel 41 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) moet een bezwaarschrift binnen dertig dagen na de geachte weigering worden ingediend.
De rechtbank oordeelt dat klaagster het bezwaarschrift te vroeg heeft ingediend en de redelijke termijn niet heeft afgewacht. Hierdoor is zij niet-ontvankelijk in haar bezwaar. De uitspraak is gedaan door rechter E.M.D. Angela op 9 april 2018. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen dertig dagen na de uitspraak.
Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar wegens te late indiening zonder afwachting van de redelijke termijn.