ECLI:NL:OGAACMB:2018:16

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
9 april 2018
Publicatiedatum
17 april 2018
Zaaknummer
Gaza nr. AUA201701079
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 41 Landsverordening ambtenarenrechtspraakArt. 89 Landsverordening ambtenarenrechtspraakArt. 97 Landsverordening ambtenarenrechtspraakArt. 98 Landsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid bezwaar wegens te late indiening na verzoek bevordering ambtenaar

Klaagster heeft op 6 december 2016 een schriftelijk verzoek ingediend om bevordering tot de rang van commies (schaal 8) met ingang van 1 april 2011. Het bestuursorgaan heeft niet binnen de redelijke termijn van één jaar op dit verzoek beslist, waardoor de weigering tot het nemen van een beschikking geacht wordt te zijn uitgesproken.

Klaagster heeft vervolgens op 9 juni 2017 een bezwaarschrift ingediend tegen het uitblijven van een beslissing. Dit bezwaarschrift is echter ingediend voordat de redelijke termijn van één jaar was verstreken, namelijk slechts zes maanden na haar verzoek. Volgens vaste jurisprudentie en artikel 41 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) moet een bezwaarschrift binnen dertig dagen na de geachte weigering worden ingediend.

De rechtbank oordeelt dat klaagster het bezwaarschrift te vroeg heeft ingediend en de redelijke termijn niet heeft afgewacht. Hierdoor is zij niet-ontvankelijk in haar bezwaar. De uitspraak is gedaan door rechter E.M.D. Angela op 9 april 2018. Partijen zijn geïnformeerd over de mogelijkheid tot hoger beroep binnen dertig dagen na de uitspraak.

Uitkomst: Klaagster is niet-ontvankelijk verklaard in haar bezwaar wegens te late indiening zonder afwachting van de redelijke termijn.

Uitspraak

Uitspraak van 9 april 2018
Gaza nr. AUA201701079
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaar van:
[klaagster],
wonend in Aruba,
KLAAGSTER,
gemachtigde: mr. P.M.E. Mohamed,
gericht tegen:
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

1.PROCESVERLOOP

Bij brief van 6 december 2016 heeft klaagster verzocht om haar ingaande 1 april 2011 te bevorderen tot de rang van commies (schaal 8).
Tegen het uitblijven van een beslissing op haar verzoek heeft klaagster op 9 juni 2017 een bezwaarschrift ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van 19 februari 2018, alwaar zijn verschenen klaagster bij haar gemachtigde en verweerder bij gemachtigde.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

4.1
Ingevolge artikel 41, lid 1 van de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag waarop de aangevallen beschikking of de aangevallen handeling of weigering genomen, verricht of uitgesproken is.
In lid 2 van dit artikel wordt een orgaan geacht de weigering tot het nemen van een beschikking of het verrichten van een handeling te hebben uitgesproken, indien het binnen de daarvoor bepaalde tijd of waar een tijdsbepaling ontbreekt, binnen redelijke tijd een verplichte beschikking niet genomen of een verplichte handeling niet verricht heeft. In dit geval loopt de termijn van dertig dagen vanaf de dag, waarop de weigering geacht wordt te zijn uitgesproken.
4.2
Volgens vaste jurisprudentie wordt de redelijke termijn van artikel 41, tweede lid, van de La geacht te zijn verstreken, indien het bestuursorgaan niet binnen één jaar nadat een schriftelijk verzoek is ingediend, op dat verzoek heeft beslist. De rechtszekerheid brengt met zich mee dat in het belang van een goede procesorde in beginsel niet wordt afgeweken van deze hoofdregel.
Klaagster heeft haar bezwaarschrift reeds zes maanden na haar verzoek ingediend en heeft de redelijke tijd niet afgewacht. Zij is dan ook niet-ontvankelijk in haar bezwaar.

3.DE UITSPRAAK

De rechter in dit gerecht:
verklaart klaagster niet-ontvankelijk in haar bezwaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. E.M.D. Angela, rechter in ambtenarenzaken, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 9 april 2018 in aanwezigheid van de griffier.
Ieder der partijen is bevoegd tegen een door het gerecht genomen met redenen omklede eindbeslissing als bedoeld in artikel 89, hoger beroep in te stellen (art. 97, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger dan wel gemachtigde bij de uitspraak tegenwoordig is geweest, en in de andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending of terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, welke dag bij toezending aan de voet van het afschrift en bij terhandstelling op het ontvangstbewijs wordt vermeld (art. 98, eerste lid, LA).
Het hoger beroep wordt ingesteld door een beroepschrift aan de raad in te zenden ter griffie van die raad te Oranjestad (art. 98, tweede lid, LA).