ECLI:NL:OGAACMB:2018:26
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. Noordhuizen
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen niet-terugwerkende toelage voor werkzaamheden IBT-lid afgewezen
Klager maakte bezwaar tegen het besluit van de Minister van Justitie om een maandelijkse toelage van Afl. 300,- toe te kennen met ingang van 1 februari 2016, terwijl hij meent dat deze met terugwerkende kracht vanaf 13 september 2013, de datum waarop hij zijn training afrondde, had moeten ingaan.
Het gerecht oordeelt dat de bevoegdheid van verweerder om een toelage toe te kennen discretionair is en dat terugwerkende kracht niet verplicht is. Verweerder heeft het besluit genomen na een ministerraadbesluit van 29 december 2015 en heeft niet hoeven motiveren waarom de toelage niet eerder werd toegekend, mede omdat pas in februari 2014 een verzoek werd ingediend.
Klager stelde zich op het standpunt dat hem een rechtens te honoreren verwachting was gewekt dat de toelage vanaf de start van de opleiding zou gelden. Het gerecht stelt dat voor een beroep op het vertrouwensbeginsel concrete, ondubbelzinnige toezeggingen nodig zijn, welke niet zijn gebleken.
Daarom is het bezwaar ongegrond verklaard en blijft de toekenning van de toelage met ingang van 1 februari 2016 in stand.
Uitkomst: Het bezwaar van klager tegen de niet-terugwerkende toekenning van de toelage is ongegrond verklaard.