ECLI:NL:OGAACMB:2018:34

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
21 mei 2018
Publicatiedatum
4 juni 2018
Zaaknummer
Gaza nr. AUA201702439
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • W.J. Noordhuizen
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 96 Landsverordening ambtenarenrechtspraakArt. 134 Landsverordening ambtenarenrechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen toekenning extra periodieke verhogingen bezoldiging niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang

Klager diende een bezwaar in tegen de weigering van twee extra periodieke verhogingen van bezoldiging, welke verband hielden met het afronden van een opleiding voor benoembaarheid tot hoofdkommies der invoerrechten en accijnzen. Eerder had het gerecht dit bezwaar gegrond verklaard en verweerder opgedragen binnen drie maanden een nieuwe beslissing te nemen. Deze uitspraak werd bevestigd door de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken.

Klager diende vervolgens opnieuw een bezwaarschrift in, maar verweerder heeft in januari 2018 alsnog het verschil in inkomen uitbetaald dat verband hield met de gevraagde verhogingen. Hierdoor is het procesbelang van klager komen te vervallen.

Het gerecht heeft daarom het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. Klager was bij de zitting niet verschenen, terwijl verweerder wel vertegenwoordigd was. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.

Uitkomst: Het bezwaar wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

Uitspraak van 21 mei 2018
Gaza nr. AUA201702439
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
UITSPRAAK
op het bezwaarschrift ex artikel 96 van Pro de
Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La) van:
[klager],
wonend te Aruba,
KLAGER,
procederend in persoon,
tegen:
DE MINISTER VAN FINANCIËN EN OVERHEIDSORGANISATIE,
zetelend te Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: A. Lumenier (DWJZ).

1.PROCESVERLOOP

Bij uitspraak van 8 juli 2015 van dit gerecht, is het bezwaar van klager gericht tegen de beschikking van 14 mei 2014 op zijn verzoek tot toekenning van twee extra periodieke verhogingen van bezoldiging in verband met het afronden van het eerste gedeelte van de opleiding voor de benoembaarheid tot hoofdkommies der invoerrechten en accijnzen, gegrond verklaard. In voornoemde uitspraak is bepaald dat verweerder binnen drie maanden na de uitspraak een nieuwe beslissing op het verzoek van klager dient te nemen.
Bij uitspraak van 21 maart 2017 van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken is de uitspraak van 8 juli 2015 bevestigd.
Klager heeft op 20 september 2017 een bezwaarschrift ex artikel 96 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (hierna: La) bij het gerecht ingediend.
Verweerder heeft op 6 april 2018 producties ingediend.
De zaak is behandeld ter zitting van 9 april 2018, alwaar alleen de verweerder bij zijn vertegenwoordiger is verschenen. Klager is, ondanks daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, niet verschenen.
Uitspraak is bepaald op heden.

2.OVERWEGINGEN

2.1
Ingevolge het eerste lid van artikel 96 van Pro de La is de ambtenaar bevoegd een bezwaarschrift bij het gerecht in te dienen, indien aan een bij onherroepelijk geworden rechterlijke beslissing opgelegde veroordeling niet of niet volledig gevolg wordt gegeven. Ingevolge het derde lid van dit artikel veroordeelt het gerecht, indien het bezwaar gegrond wordt bevonden, het betrokken lichaam tot vergoeding en stelt het met inachtneming van alle omstandigheden het bedrag der schadevergoeding vast.
2.2
Uit de door verweerder op 6 april 2018 overgelegde producties blijkt dat verweerder in januari 2018 het verschil in inkomen aan klager heeft uitbetaald.
2.3
Nu verweerder alsnog tegemoet is gekomen aan het verzoek van klager, tot toekenning van twee extra periodieke verhogingen van bezoldiging, heeft klager geen belang meer bij een beoordeling van het onderhavige bezwaarschrift. Het vorenstaande leidt tot de conclusie dat het bezwaarschrift wegens het ontbreken van procesbelang niet-ontvankelijk is.
2.4
Beslist wordt als volgt.

3.BESLISSING

De rechter in dit gerecht:
verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. W.J. Noordhuizen, rechter in ambtenarenzaken te Aruba en uitgesproken ter openbare terechtzitting van maandag, 21 mei 2018, in tegenwoordigheid van de griffier.
Op grond van artikel 134 Landsverordening Pro ambtenarenrechtspraak staat tegen deze uitspraak hoger beroep open bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Hoger beroep dient te worden ingesteld binnen 30 dagen na de dag van deze uitspraak.