ECLI:NL:OGAACMB:2018:58
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens ernstig plichtsverzuim en ongeschiktheid als teamleider bij Belastingdienst Caribisch Nederland
Klaagster werkte als ambtenaar bij de Belastingdienst op Sint Eustatius en was later gedeputeerde. Tijdens haar periode als gedeputeerde pleegde zij gedragingen die verweerder kwalificeerde als ernstig plichtsverzuim, wat leidde tot een ontslagbesluit. Het Gerecht oordeelt dat twee van de drie verwijtbare handelingen geen ernstig plichtsverzuim vormen, maar gaat wel mee met de subsidiaire ontslaggrond van ongeschiktheid.
De gedragingen betroffen onder meer het misbruiken van haar positie door haar broer te betrekken bij een benoemingsproces, het zonder toestemming toekennen van rechten in een IT-systeem, en het niet naleven van procedures bij een interne benoeming. Het Gerecht stelt dat het gedrag van klaagster onvoldoende integer was en dat zij niet geschikt is voor haar functie bij de Rijksdienst Caribisch Nederland.
Klaagster voerde aan dat het tijdsverloop tussen de gedragingen en het ontslagbesluit te lang was en dat het ontslag disproportioneel was. Het Gerecht oordeelt dat de termijn pas begon te lopen na haar periode als gedeputeerde en dat verweerder voldoende voortvarend heeft gehandeld. Ook werd geoordeeld dat het ontslag niet onevenredig is gezien de ernst van het plichtsverzuim en het gebrek aan besef van integriteit bij klaagster.
Het beroep van klaagster wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand. Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep van klaagster wordt ongegrond verklaard en het ontslagbesluit blijft in stand.