Uitspraak
1.Aanduiding bestreden besluit
2.Het procesverloop
3.Feiten en standpunten
- Klager is met ingang van 1 april 2011 benoemd tot Diensthoofd Vergunningen.
- Bij Landsbesluit van 27 november 2015 is klager per diezelfde datum benoemd tot minister van VROMI. Er is geen Landsbesluit genomen tot nonactiefstelling van klager.
- Aan klager is bij Landsbesluit van 20 december 2016, per die datum, eervol ontslag als minister verleend. Er is geen Landsbesluit genomen waarin klager in activiteit wordt hersteld.
- In januari 2017 deelt de secretaris-generaal (SG) van de Ministerie van VROMI aan klager mee (via whats app) “we need to talk about you intention at VROMI.” Ook per whats app deelt de SG klager mee dat hij op 1 april 2017 zijn werk moet hervatten.
- Op 30 maart 2017 is een verklaring van geen bezwaar afgegeven door de Veiligheidsdienst van Sint Maarten over klager. Hieruit blijkt dat klager op 7 maart 2017 is aangemeld voor een veiligheidsonderzoek en dat de uitkomst van het onderzoek bestaat er geen bezwaar tegen vervulling door klager van de functie Diensthoofd Vergunningen.
- Op 14 juni 2017 schrijft de minister aan klager een brief met als onderwerp: ‘Attitude unbecoming a civil servant’. In de brief stelt de minister dat klager een aantal instructies niet heeft opgevolgd. De minister adviseert klager in deze brief zijn houding te wijzigen en voortaan alle verzoeken van het kabinet van de minister uit te voeren. De brief bevat een waarschuwing dat anders disciplinaire maatregelen kunnen worden genomen.
- Op 16 juni 2017 schrijft de minister een memo aan de secretaris-generaal waarin staat:
- Op 27 juni 2017 heeft klager bij de minister een bezwaarschrift ingediend tegen zowel de brief van 14 juni 2017 als het memo van 16 juni 2017. Verweerder heeft in het bestreden besluit op dit bezwaar beslist.