ECLI:NL:OGAACMB:2018:9
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen afwijzing bevordering ambtenaar wegens onbevoegdheid en gebrekkige motivering
Een ambtenaar diende een verzoek in om bevorderd te worden naar de rang van adjunct-commies (schaal 6) per 1 oktober 2013. Dit verzoek werd door de Minister van Volksgezondheid, Ouderenzorg en Sport op 3 februari 2016 afgewezen. De ambtenaar maakte bezwaar tegen deze afwijzing, stellende dat de motivering onjuist was, onder meer omdat de functie volgens een formatierapport op schaal 6 was gewaardeerd.
Het gerecht oordeelde dat de afwijzing door de minister onbevoegd was genomen, aangezien alleen de Gouverneur bevoegd is om beslissingen over bevordering te nemen. De minister had wel de rechtsgevolgen van de afwijzing aanvaard, waardoor het bevoegdheidsgebrek was geheeld. Vervolgens beoordeelde het gerecht de inhoudelijke gronden van de afwijzing en concludeerde dat de motivering gebrekkig was, omdat de minister niet duidelijk had gemaakt waarom de bevordering werd geweigerd en onterecht stelde dat de ambtenaar een nieuw verzoek moest indienen.
Het gerecht stelde vast dat de functie van de ambtenaar ongewijzigd was gebleven bij de overgang van IDEFRE naar IBISA en dat diens eerdere dienstjaren meegeteld moesten worden bij de beoordeling van het bevorderingsverzoek. Daarom kon de afwijzing niet in stand blijven. Het bezwaar werd gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het bevorderingsverzoek is gegrond verklaard en de beschikking vernietigd.