Uitspraak
1.Aanduiding bestreden besluit
2.Het procesverloop
Feiten en standpunten
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klager, werkzaam bij de politie van Sint Maarten, verzocht sinds 2012 meerdere malen om zijn rechtspositie vast te stellen conform een hogere salarisschaal en bevordering tot inspecteur van politie, inclusief toekenning van een waarnemingstoelage. Ondanks herhaalde verzoeken bleef verweerder nalaten een beslissing te nemen.
Klager diende op 21 maart 2018 een bezwaarschrift in tegen de fictieve weigering van verweerder om te beslissen. Verweerder stelde dat de termijn van vijfeneenhalf week sinds het laatste verzoek te kort was om van een weigering te spreken en dat de rechtspositie reeds onherroepelijk was vastgesteld.
Het gerecht oordeelde dat er geen wettelijke beslistermijn geldt, maar dat verweerder binnen een redelijke termijn moet beslissen. Gezien het verloop van ruim vijf jaar tussen het eerste verzoek en het bezwaarschrift, was een redelijke termijn verstreken. Het bezwaar werd gegrond verklaard, verweerder werd opgedragen binnen vier weken alsnog te beslissen en het Land Sint Maarten werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het bezwaar is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen vier weken alsnog te beslissen op het verzoek van klager.