Uitspraak
1.Procesverloop
2.Feiten
3.Overwegingen
4.Beslissing
verklaarthet bezwaar
ongegrond.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klager, sinds 2004 werkzaam bij het Korps Politie Curaçao, werd disciplinair ontslagen wegens ernstig plichtsverzuim. Dit betrof het medeplegen van valsheid in geschrifte en meineed door het medeondertekenen van een proces-verbaal met onjuiste informatie, en het vervoeren van een vreemdeling in strijd met werkinstructies.
Na een strafrechtelijke veroordeling in eerste aanleg en een bevestiging door het Hof, startte verweerster een disciplinaire procedure. Klager betwistte onder meer de geldigheid van het Rechtspositiebesluit en het tijdig opleggen van de straf, maar deze verweren werden door het Gerecht gepasseerd of verworpen.
Het Gerecht oordeelde dat de verklaringen van klager in processen-verbaal betrouwbaar waren en dat het plichtsverzuim ernstig genoeg was voor ontslag. Tevens werd geoordeeld dat het ontslag binnen de redelijke termijn was opgelegd, zodat het rechtszekerheidsbeginsel niet was geschonden.
Het bezwaar van klager tegen het ontslag werd ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het disciplinaire ontslag wordt ongegrond verklaard en het ontslag blijft in stand.