Uitspraak
[klager],
de minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet bezwaar
niet-ontvankelijk.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klager verzocht op 15 mei 2017 om benoeming met terugwerkende kracht vanaf december 1997 in een hogere functie. Na uitblijven van een beslissing maakte klager op 3 november 2017 bezwaar tegen de vermeende weigering om te beslissen.
Het Gerecht oordeelt dat volgens de Regeling ambtenarenrechtspraak een weigering om te beschikken wordt geacht te zijn uitgesproken indien binnen een redelijke termijn geen beslissing is genomen. Jurisprudentie stelt dat deze termijn tussen vier maanden en een jaar ligt, afhankelijk van de complexiteit.
Gezien de lange terugwerkende periode en de staatkundige veranderingen acht het Gerecht vijf maanden nog geen onredelijke termijn. Daarom is het bezwaar niet ontvankelijk en wordt geen beschikking opgelegd. Het besluit is op 16 april 2019 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de vermeende weigering om te beschikken wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een onredelijke beslistermijn.