Uitspraak
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
[verzoekster],
DE MINISTER VAN RUIMTELIJKE ONTWIKKELING, INFRASTRUCTUUR EN MILIEU,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
“uit de stukken en het verhandelde ter zitting voldoende aannemelijk is gemaakt dat de werkrelatie tussen verzoekster en de leiding van de DTI dermate verstoord is geraakt dat het treffen van een tijdelijke ordemaatregel noodzakelijk was. De door verweerder aangedragen feiten en omstandigheden vormen naar het oordeel van de voorzieningenrechter voldoende grondslag voor de aan verzoekster opgelegde tijdelijke ordemaatregel. Verweerder heeft dan ook in redelijkheid tot de opgelegde toegangsontzegging kunnen komen.”