Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN ARUBA
[Appellant],
de minister van Justitie, Veiligheid, en Integratie,
PROCESVERLOOP
Departamento di Integracion Maneho i Admision di Stranheronan “DIMAS”.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Appellant, van Dominicaanse nationaliteit, werd door de minister van Justitie bevolen Aruba te verlaten en kreeg een periode van niet-toelating van 36 maanden opgelegd. Appellant stelde dat hij bezwaar had gemaakt tegen deze beschikking via de Bezwaaradviescommissie van de LAR, maar het gerecht stelde vast dat dit bezwaar niet rechtsgeldig was ingediend bij de bevoegde minister via de voorgeschreven kanalen.
De procedure kende een zitting waarbij appellant vertegenwoordigd was, maar verweerder niet verscheen. Het gerecht overwoog dat de Bezwaaradviescommissie geen bestuursorgaan is en geen doorzendplicht heeft, waardoor het enkel overleggen van een kopie van het bezwaar met een stempel van deze commissie onvoldoende is om te concluderen dat het bezwaar rechtsgeldig is ingediend.
Daarnaast werd overwogen dat appellant inmiddels uit Aruba is verwijderd, waardoor hij geen belang meer heeft bij het beroep tegen de verwijdering. Ten aanzien van de periode van niet-toelating concludeerde het gerecht dat deze proportioneel was opgelegd gezien de duur van het illegaal verblijf en dat appellant onvoldoende onderbouwing had gegeven om een kortere periode te rechtvaardigen.
Het beroep werd daarom niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd geen grond gezien voor het opleggen van proceskosten aan verweerder of teruggave van griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen het verwijderingsbevel en de periode van niet-toelating wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een rechtsgeldig ingediend bezwaarschrift.