Uitspraak
GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO
[klager],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet bezwaar
ongegrond.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klager was aanvankelijk Adviseur/Consulent-E bij het Ministerie van Onderwijs, Wetenschap, Cultuur en Sport en werd per 1 augustus 2016 benoemd tot Beleidsdirecteur bij het Ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn met een bezoldiging in schaal 15, trede 2. Klager maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn bezoldiging op deze schaal en stelde dat deze op schaal 17 had moeten zijn, omdat hij sinds maart 2015 twee topfuncties tegelijk zou hebben vervuld.
Het Gerecht oordeelde dat het bezwaar ten onrechte eerst bij de minister was ingediend, maar dat het bezwaar alsnog beoordeeld kon worden omdat de minister het niet had doorgezonden. Vervolgens werd vastgesteld dat de vertragingsregel uit het Bezoldigingslandsbesluit 1998 terecht was toegepast. Klager voldeed niet aan de functie-eisen van een voltooide academische opleiding en vijf jaar werkervaring per datum van benoeming.
Hoewel klager de functie van Beleidsdirecteur vanaf november 2014 had waargenomen, was dit minder dan de drie jaar relevante ervaring die de vertragingsregel als maatstaf hanteert. Ook het waarnemen van de functie van Secretaris Generaal vanaf maart 2015 veranderde dit oordeel niet. Het Gerecht verklaarde het bezwaar ongegrond en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de toepassing van de vertragingsregel bij de benoeming tot Beleidsdirecteur wordt ongegrond verklaard.