Uitspraak
GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO
[klaagster],
de Regering van Curaçao,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
verklaarthet bezwaar
ongegrond.
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klaagster verzocht bij brief van 17 mei 2019 aan de minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002 te worden benoemd als Senior Beleidsmedewerker P&O in schaal 12. Na het uitblijven van een beslissing diende zij op 12 mei 2020 een bezwaarschrift in tegen deze zogenoemde fictieve weigering.
Het Gerecht in Ambtenarenzaken had verweerster reeds bij uitspraak van 10 mei 2019 opgedragen binnen drie maanden te beslissen op een eerder verzoek van klaagster van 3 oktober 2016. De brief van 17 mei 2019 was een rappel om die beslissing te nemen, geen nieuwe weigering.
Omdat de Landsverordening administratieve rechtspraak een mogelijkheid tot dwangsom bij niet-beslissen kent, maar de RAr niet, kan het Gerecht verweerster niet opnieuw dwingen te beslissen. Het bezwaar is daarom ongegrond verklaard en de gevraagde vergoedingen worden niet toegekend.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing op het benoemingsverzoek is ongegrond verklaard.