ECLI:NL:OGAACMB:2020:99

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
4 november 2020
Publicatiedatum
10 november 2020
Zaaknummer
GAZ Cur202001201
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.M. Martinez
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 35 RArArt. 41 RArArt. 98 Landsverordening administratieve rechtspraak
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bezwaar tegen fictieve weigering beslissing benoeming senior beleidsmedewerker P&O ongegrond verklaard

Klaagster verzocht bij brief van 17 mei 2019 aan de minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening om met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002 te worden benoemd als Senior Beleidsmedewerker P&O in schaal 12. Na het uitblijven van een beslissing diende zij op 12 mei 2020 een bezwaarschrift in tegen deze zogenoemde fictieve weigering.

Het Gerecht in Ambtenarenzaken had verweerster reeds bij uitspraak van 10 mei 2019 opgedragen binnen drie maanden te beslissen op een eerder verzoek van klaagster van 3 oktober 2016. De brief van 17 mei 2019 was een rappel om die beslissing te nemen, geen nieuwe weigering.

Omdat de Landsverordening administratieve rechtspraak een mogelijkheid tot dwangsom bij niet-beslissen kent, maar de RAr niet, kan het Gerecht verweerster niet opnieuw dwingen te beslissen. Het bezwaar is daarom ongegrond verklaard en de gevraagde vergoedingen worden niet toegekend.

Uitkomst: Het bezwaar tegen het uitblijven van een beslissing op het benoemingsverzoek is ongegrond verklaard.

Uitspraak

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO

Uitspraak
in de zaak van:

[klaagster],

wonend in Curaçao,
klaagster,
gemachtigde: P.W. Rompel
tegen:

de Regering van Curaçao,

verweerster,
gemachtigde: mr. S.M. Concincion-Quirindongo, werkzaam bij verweerster.

Procesverloop

Bij brief d.d. 17 mei 2019 aan de minister van Bestuur, Planning en Dienstverlening, die klaagster op 20 mei 2019 bij het Ministerie van Bestuur, Planning en Dienstverlening heeft ingediend, heeft klaagster, kort gezegd, verzocht dat uiterlijk op 10 augustus 2019 een besluit wordt genomen dat ertoe strekt dat zij met terugwerkende kracht tot 1 januari 2002 wordt benoemd in de functie van Senior Beleidsmedewerker P&O met plaatsing in schaal 12 (de brief).
Op 12 mei 2020 heeft klaagster ingevolge de RAr tegen het uitblijven van een beslissing op de brief een bezwaarschrift, met producties, ingediend ter griffie van het Gerecht (het bezwaar).
Klaagster heeft vervolgens nadere stukken ingediend.
Het bezwaar is behandeld ter zitting van het Gerecht op 28 september 2020. Partijen hebben zich ter zitting doen vertegenwoordigen door hun gemachtigden.

Overwegingen

1. Op grond van artikel 35, eerste lid, van de RAr kan een bezwaarschrift worden ingediend ter zake dat beschikkingen, handelingen of weigeringen (om te beschikken of te handelen), ten aanzien van een ambtenaar als zodanig, zijn nagelaten betrekkingen of rechtverkrijgende door een administratief orgaan genomen, verricht of uitgesproken, feitelijk of rechtens met de toepasselijke algemeen verbindende voorschriften strijden of dat bij het nemen, verrichten of uitspreken daarvan het administratief orgaan van zijn bevoegdheid kennelijk een ander gebruik heeft gemaakt dan tot de doeleinden, waarvoor die bevoegdheid is gegeven.
Op grond van artikel 41, eerste lid, wordt het bezwaarschrift ingediend binnen dertig dagen na de dag, waarop de aangevallen beschikkingen of de aangevallen handeling of weigering genomen, verricht of uitgesproken is. Op grond van het tweede lid, eerste volzin, wordt een orgaan geacht de weigering tot het nemen van een beschikking of het verrichten van een handeling te hebben uitgesproken, indien het binnen de daarvoor bepaalde tijd, of waar een tijdsbepaling ontbreekt, binnen een redelijke tijd een verplichte beschikking niet genomen of een verplichte handeling niet verricht heeft.
2. Bij uitspraak van 10 mei 2019 (de uitspraak) heeft het Gerecht verweerster opgedragen om binnen drie maanden na datum van de uitspraak een beslissing te nemen op het verzoek van klaagster van 3 oktober 2016 om haar met terugwerkende kracht te tot 1 januari 2002 te benoemen in de functie van Senior Beleidsmedewerker P&O.
3. Het door klaagster ingediende bezwaar heeft geen betrekking op een weigering tot het nemen van een beschikking, als bedoeld in artikel 41, tweede lid, van de RAr, nu de brief van 17 mei 2019 een rappel aan verweerster behelst om te beslissen op het verzoek van klaagster van 3 oktober 2016. Het Gerecht heeft verweerster reeds bij de uitspraak opgedragen om op dat verzoek te beslissen. Anders dan in de Landsverordening administratieve rechtspraak (artikel 98) ontbreekt in de RAr een bepaling op grond waarvan het Gerecht verweerster wederom zou kunnen opdragen om een beslissing te nemen op het verzoek van klaagster, eventueel onder verbeurte van een dwangsom.
4. Gelet op het voorgaande zal het Gerecht het bezwaar ongegrond verklaren en ziet het Gerecht geen aanleiding voor toewijzing van de door klaagster verzochte vergoedingen.

Beslissing

Het Gerecht in Ambtenarenzaken
verklaarthet bezwaar
ongegrond.
Aldus gedaan door mr. N.M. Martinez, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 4 november 2020 in tegenwoordigheid van mr. O.H.M. Leito, griffier.
Tegen deze uitspraak staat voor beide partijen binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak, indien de appellant in persoon of bij vertegenwoordiger of gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest, en in alle andere gevallen binnen dertig dagen na de dag van toezending van de uitspraak of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak, hoger beroep open bij de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken. Zie titel IV hoofdstuk 1 van de RAr.