ECLI:NL:OGAACMB:2021:101

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
8 november 2021
Publicatiedatum
17 januari 2022
Zaaknummer
AUA202102395
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 48 Landsverordening materieel ambtenarenrecht
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontzeggingsbesluit toegang Korps Politie Aruba wegens disciplinair onderzoek

Een politieambtenaar van het Korps Politie Aruba kreeg op 18 juli 2021 een toegangsontzegging voor zes weken vanwege een lopend disciplinair onderzoek naar vermeend plichtsverzuim bij een aanhouding op 4 april 2021. De korpschef ontzegde de toegang tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen, voertuigen en vaartuigen van het KPA. De ambtenaar maakte bezwaar tegen deze beschikking.

De zaak werd behandeld op 27 september 2021. Het gerecht stelde vast dat de toegangsontzegging bedoeld was om het disciplinair onderzoek niet te belemmeren en de orde binnen het korps te bewaren. Echter, de toegangsontzegging liep op 29 augustus 2021 af, waardoor het bezwaar feitelijk geen belang meer had en niet-ontvankelijk werd verklaard.

Desondanks oordeelde het gerecht inhoudelijk dat de verlenging van de toegangsontzegging met nog eens zes weken niet redelijk was, omdat het disciplinair onderzoek op dat moment nagenoeg was afgerond. De korpschef kon daarom niet aannemelijk maken dat voortzetting van de maatregel noodzakelijk was.

De uitspraak is gedaan door ambtenarenrechter A.J. Martijn op 8 november 2021. Beide partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken binnen dertig dagen na uitspraak of toezending van het vonnis.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de toegangsontzegging wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat de maatregel was verlopen, maar inhoudelijk was de verlenging niet redelijk.

Uitspraak

Uitspraak van 8 november 2021
Gaza nr. AUA202102395

HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA

UITSPRAAK
op het bezwaar van:

[klager],

wonend in Aruba,
KLAGER,
procederend in persoon,
gericht tegen:

de Minister van Justitie, Veiligheid en Integratie,

zetelend in Aruba,
VERWEERDER,
gemachtigde: mr. M. Jansen (DWJZ).

PROCESVERLOOP

Bij beschikking van 18 juli 2021 (bestreden beschikking) heeft de korpschef van het Korps Politie Aruba (KPA) klager de toegang ontzegd tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen, voer- en vaartuigen van het KPA voor de duur van zes weken.
Tegen de bestreden beschikking heeft klager op 16 augustus 2021 bezwaar gemaakt bij dit gerecht.
De zaak is behandeld ter zitting van 27 september 2021, alwaar zijn verschenen klager in persoon en verweerder bij zijn gemachtigde.
De uitspraak is bepaald op heden.

OVERWEGINGEN

feiten

1.1
Klager is als politieambtenaar werkzaam bij het KPA.
1.2
Op 4 april 2021 heeft klager tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden drie vrouwen aangehouden en aan de politiewacht te Oranjestad overgebracht in verband met het overtreden van de avondklok.
1.3
Op 8 april 2021 heeft één van die vrouwen, te weten [persoon Y], bij het Bureau Integriteit en Veiligheid aangifte gedaan tegen klager ter zake eenvoudige mishandeling en bedreiging.
1.4
Bij de bestreden beschikking heeft de korpschef van het KPA (korpschef) namens verweerder klager de toegang ontzegd tot alle dienstlokalen, -gebouwen, -terreinen, voer- en vaartuigen van het KPA voor de duur van zes weken.
1.5
Klager heeft daartegen bezwaar gemaakt.
standpunten van partijen
2.1
Aan de bestreden beschikking heeft verweerder – kort gezegd – ten grondslag gelegd dat de toegangsontzegging plaatsvindt in het belang van het tegen klager gestarte disciplinair onderzoek aangaande vermoedelijk door hem gepleegde plichtsverzuim op
4 april 2021 tijdens het verrichten van zijn werkzaamheden als politieambtenaar.
2.2
Klager stelt zich – kort gezegd – op het standpunt dat hij zich niet schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim en dat hetgeen in de bestreden beschikking is opgenomen niet op de waarheid is gebaseerd.
wettelijk kader
3. Ingevolge artikel 48 van Pro de Landsverordening materieel ambtenarenrecht (Lma) kan aan een ambtenaar door of namens de betrokken minister de toegang tot de dienstlokalen, dienstgebouwen of het werk, dan wel het verblijf aldaar, worden ontzegd.
beoordeling
4. Een toegangsontzegging met toepassing van artikel 48 van Pro de Lma is een voorlopige ordemaatregel die primair ertoe strekt te voorkomen dat een ingesteld disciplinair onderzoek wordt bemoeilijkt en tevens de orde en rust binnen de dienst te bewaren. Het beweerde plichtsverzuim hoeft nog niet vast te staan.
De beschikking waarmee deze ordemaatregel is aangezegd dient te bevatten, de juridische grondslag, de precieze reden, het tijdstip van inwerkingtreding en de te verwachten duur van de ordemaatregel.
Een toegangsontzegging dient in de regel niet langer te duren dan de tijd die onder de gegeven omstandigheden redelijkerwijze aan het bevoegde gezag moet worden gelaten om nadere beslissingen te nemen over de rechtspositie van de ambtenaar. Deze termijn is in de jurisprudentie bepaald op zes weken, met de mogelijkheid tot verlening ervan.
5. Het gerecht stelt allereerst vast dat de juridische grondslag, de reden, het tijdstip van inwerkingtreding en de (te verwachten) duur van de ordemaatregel zijn opgenomen in de bestreden beschikking.
6. Het gerecht ziet zich vervolgens gesteld voor de beantwoording van de vraag of klager belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het bezwaar. Voor de beantwoording van die vraag is blijkens vaste rechtspraak (zie onder meer de uitspraak van de Raad van Beroep in Ambtenarenzaken van 16 februari 2018; ECLI:NL:ORBAACM:2018:3) bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en of het realiseren van dat resultaat voor de indiener feitelijke betekenis kan hebben.
7. De aan klager bij de bestreden beschikking gegeven toegangsontzegging liep af op
29 augustus 2021. Dit betekent dat de bestreden beschikking op die dag uitgewerkt was, met het gevolg dat het resultaat dat klager met het bezwaar daartegen nastreeft niet meer kan worden bereikt. Gelet hierop luidt de conclusie dat klager geen belang meer heeft bij het bezwaar en daarin niet-ontvankelijk moet worden verklaard.
8. Desondanks ziet het gerecht aanleiding om ten overvloede een inhoudelijk oordeel te geven over de toegangsontzegging, nu gebleken is dat verweerder die toegangs-ontzegging bij brief van 20 augustus 2021 per 29 augustus 2021 met zes weken heeft verlengd. Het gerecht overweegt als volgt.
9. De bestreden beschikking bevat een opsomming van de gedragingen die aan klager worden verweten. Ook staat daarin dat alle getuigen en ook klager daarover zijn gehoord. Verder is daarin opgenomen de conclusie van de korpschef dat klager schuldig wordt bevonden van het plegen van plichtsverzuim. Ter zitting is aan verweerder gevraagd waarom de toegangsontzegging met 6 weken is verlengd. Verweerder heeft als reden gegeven dat de beslissing omtrent de aan klager op te leggen disciplinaire straf nog niet afgerond is.
10. Het gerecht concludeert hieruit dat ten tijde dat de bestreden beschikking is gegeven het disciplinair onderzoek (nagenoeg) al afgerond was. Gelet op het karakter en de strekking van de toegangsontzegging, kan verweerder niet in redelijkheid volhouden dat het belang van het disciplinair onderzoek vordert dat de toegangsontzegging nog voortduurt.
BESLISSING
De rechter in dit gerecht:
 verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gegeven door mr. A.J. Martijn, ambtenarenrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 8 november 2021 in aanwezigheid van de griffier.
Tegen deze uitspraak kunnen beide partijen hoger beroep instellen bij de Raad van beroep in ambtenarenzaken. Daarbij dient de volgende termijn in acht te worden genomen:
  • Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: Binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
  • In de andere gevallen: Binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
Het hogerberoepschrift moet worden ingediend bij:
De griffie van de Raad van Beroep in ambtenarenzaken
J.G. Emanstraat 51
Oranjestad
Aruba
U wordt verzocht bij het indienen van het hogerberoepschrift het volgende in acht te nemen:
1. Leg bij het hogerberoepschrift een afschrift over van deze uitspraak;
2. Onderteken het hogerberoepschrift en vermeld het volgende:
a. de naam en het adres van de indiener of de gemachtigde,
b. de datum van ondertekening,
c. waartegen u in hoger beroep komt,
d. waarom u het niet eens bent met deze uitspraak (de gronden van het hoger beroep).
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.