Uitspraak
DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING, MILIEU EN INFRASTRUCTUUR,
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klager heeft bezwaar aangetekend tegen een brief van de Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ontwikkeling, Milieu en Infrastructuur waarin hij werd opgeroepen zich op de werkplek te melden om tijdelijk de functie van Hoofdmedewerker Beheer te vervullen.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft klager bevestigd dat hij zich op de werkplek heeft gemeld, zij het onder voorbehoud van rechten. Het gerecht overweegt dat dit betekent dat klager geen procesbelang meer heeft bij het bezwaar, aangezien hij aan de oproep heeft voldaan.
Daarnaast is het bezwaar gericht tegen de Gouverneur niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet in rechte is betrokken bij de brief. Ook de aangevoerde gronden met betrekking tot benoeming of terugplaatsing zijn niet relevant omdat de brief niet over definitieve plaatsing ging.
Het gerecht verklaart daarom het bezwaar tegen zowel de Gouverneur als de Minister van VROMI niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Ghrib op 4 oktober 2021 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het bezwaar van klager wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.