Uitspraak
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
[Verzoeker sub 1],
[Verzoeker sub 2],
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Verzoekers, ambtenaren te Aruba, werden op 20 september 2021 van rechtswege ter beschikking gesteld bij het aantreden van het Kabinet Wever-Croes II. Tegen deze beëindiging dienden zij op 21 oktober 2021 een verzoekschrift in bij het gerecht in ambtenarenzaken om een voorziening bij voorraad te treffen op grond van artikel 94 van Pro de Landsverordening ambtenarenrechtspraak (La).
Het gerecht overwoog dat een bezwaarschrift tegen de bestreden beslissingen tot uiterlijk 12 november 2021 ingediend had moeten worden. Verzoekers hebben echter geen bezwaarschrift ingediend, waardoor niet is voldaan aan het vereiste van connexiteit tussen het verzoek tot voorziening bij voorraad en het hoofdbezwaar.
Hoewel artikel 84, vierde lid, La de mogelijkheid biedt om een bezwaarschrift na de uitspraak op het verzoek om voorziening in te dienen, was de termijn voor het indienen van bezwaar reeds verstreken. Artikel 94, vierde lid, La verlengt deze termijn niet. Daarom zal een eventueel nog in te dienen bezwaar naar voorlopig oordeel niet-ontvankelijk worden verklaard.
Gelet op het ontbreken van connexiteit en het verstreken van de bezwaarperiode bestaat geen grond voor het treffen van een voorziening bij voorraad. Het verzoek wordt daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorziening bij voorraad wordt afgewezen wegens het ontbreken van connexiteit en het niet tijdig indienen van een bezwaarschrift.