ECLI:NL:OGAACMB:2022:92

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
20 juni 2022
Publicatiedatum
16 december 2022
Zaaknummer
SXM202101234-GAZ 46/2021
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 Besluit rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen 2000Art. 4 Politieregeling 1999
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen terugwerkende bevordering wegens ontbreken vereist opleidingsniveau

Een ambtenaar bij het Korps Politie Sint Maarten verzocht om een terugwerkende bevordering naar schaal 9 met ingang van 1 november 2014. Dit verzoek werd door de Minister van Justitie afgewezen omdat de ambtenaar niet had aangetoond te beschikken over het vereiste opleidingsniveau, namelijk een afgeronde hbo-opleiding.

De ambtenaar stelde dat hij geschikt was bevonden voor de functie en verwees naar collega’s die wel in de juiste schaal waren benoemd. Het gerecht overwoog dat het Landsbesluit van 21 augustus 2015, waarbij de ambtenaar per 1 oktober 2014 werd benoemd in schaal 7, in rechte vaststaat en dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die een herziening van die inschaling rechtvaardigen.

Het gerecht concludeerde dat de ambtenaar niet ontvankelijk was in zijn bezwaar tegen het Landsbesluit, maar wel ontvankelijk in zijn beroep tegen het bestreden besluit. Het verzoek tot bevordering werd afgewezen omdat het vereiste opleidingsniveau ontbrak en er geen aanleiding was voor een terugwerkende kracht. Het bezwaar werd ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.

Uitkomst: Het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek tot terugwerkende bevordering naar schaal 9 wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Zaaknummer: SXM202101234
Datum: 20 juni 2022
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN SINT MAARTEN
UITSPRAAK
In het geding van:
[klager],
klager,
gevolmachtigde: L.C.J. LEWIS,
tegen
DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN SINT MAARTEN,
zetelende te Sint Maarten,
verweerder,
gemachtigde: mr. P.A.M. BRANDON,

1.Aanduiding bestreden besluit

Het besluit van verweerder van 23 augustus 2021 (ontvangen 3 september 2021) waarbij verweerder het verzoek van klager van 13 januari 2021 tot benoeming in schaal 9 retroactief per 1 november 2014, heeft afgewezen.

2.Het procesverloop

Op 30 september 2021 is ter griffie van het gerecht in ambtenarenzaken (hierna: het gerecht) een bezwaarschrift (met producties) ingediend.
Op 16 november 2021 heeft verweerder een contra- memorie met producties ingediend.
Mondelinge behandeling van het bezwaarschrift heeft plaatsgevonden op 25 april 2022. Klager is bij gemachtigde voornoemd verschenen. Verweerder is verschenen bij gemachtigde voornoemd en heeft op schrift gestelde pleitaantekeningen voorgedragen en overgelegd.
Uitspraak is (nader) bepaald op heden.

3.Feiten

3.1.
Het volgende feit staat vast.
- Bij landsbesluit van 21 augustus 2015 is klager met ingang van 1 oktober 2014 in vaste pensioengerechte dienst benoemd in de functie van ICT-beheerder bij de dienst Korps Politie Sint Maarten met een bezoldiging conform Burger Politie schaal 7 trede 17.

4.Standpunt partijen

4.1.
In het bestreden besluit is het verzoek van klager tot benoeming in schaal 9 met ingang van 1 november 2014 afgewezen.
4.2.
Klager verzoekt het Gerecht de bestreden beschikking te vernietigen en verweerder op te dragen tot het nemen van een nieuw besluit conform verzoek, met veroordeling in de proceskosten.
4.3.
Verweerder heeft gemotiveerd verweer gevoerd.

5.Het Gerecht overweegt als volgt.

5.1.
Wettelijk kader:
Ingevolge artikel 1, aanhef en onder b, van het Besluit rechtspositie Korps Politie Nederlandse Antillen 2000 is de Minister van Justitie het bevoegd gezag ten aanzien van ambtenaren van politie.
Ingevolge artikel 4 van Pro de Politieregeling 1999 zijn ambtenaren van politie
a. ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van de politietaak en
b. ambtenaren, aangesteld voor de uitvoering van technische, administratieve en andere taken ten dienste van de politie.
5.2.
Het Gerecht overweegt dat gezien de wettelijke bepalingen, de Minister van Justitie het bevoegde gezag is indien het bezwaar ziet op bevordering.
Het Gerecht overweegt voorts dat het Landsbesluit van 21 augustus 2015 waarbij klager met ingang van 1 oktober 2014 in vaste pensioengerechte dienst is benoemd in de functie van ICT-beheerder bij de dienst Korps Politie Sint Maarten met een bezoldiging conform Burger Politie schaal 7 trede 17, in rechte vast staat. Het Gerecht begrijpt de gemachtigde van klager aldus dat deze niet de herziening van dit Landsbesluit verzoekt.
5.3.
Het verweer van verweerder dat klager niet-ontvankelijk verklaart dient te worden in zijn bezwaar nu hij de facto bezwaar aantekent tegen het Landsbesluit van 21 augustus 2015 kan dan ook niet slagen. Klager is ontvankelijk in zijn beroep.
5.4.
Verweerder heeft in het bestreden besluit aangegeven, kort samengevat, dat klager niet in aanmerking komt voor bezoldiging conform schaal 9 omdat hij het daartoe vereiste opleidingsniveau van een afgeronde hbo-opleiding niet heeft. Met verweerder is het Gerecht van oordeel dat klager niet heeft aangetoond dat hij over dit opleidingsniveau zou beschikken.
5.5.
Klager heeft zijn gronden beperkt tot de grond dat hij geschikt is bevonden voor de functie en dat hij de aan die functie gekoppelde bezoldigingsschaal 9 toekomt en voorts heeft klager verwezen naar collega’s die wel in de correcte schaal zouden zijn benoemd. Het Gerecht is van oordeel dat nu klager kennelijk niet de herziening beoogt van het Landsbesluit van 21 augustus 2015, beoordeelt dient te worden of klager een maand na de inwerkingtreding van dit Landsbesluit, bevordert dient te worden tot schaal 9. Daarbij merkt het Gerecht op dat met het Landsbesluit van 21 augustus 2015 klager per 1 oktober 2014 is benoemd in schaal 7. Van enige veranderende omstandigheden of nieuwe feiten die zich zouden hebben voorgedaan vanaf 1 oktober tot 1 november 2014 is niet gebleken. Klager heeft hieromtrent ook niets gesteld, anders dan dat klager lijkt te betogen dat de inschaling per 1 oktober 2014 niet juist zou zijn geweest omdat hij pas later zou hebben nagetrokken dat de functie gewaardeerd is op schaal 9. Hetgeen klager heeft aangevoerd met betrekking tot het zogenaamde vertragingsartikel kan niet slagen omdat deze grond kennelijk ook ziet op de inschaling bij Landsbesluit van 21 augustus 2015.
5.6.
Het Gerecht is van oordeel dat verweerder niet ten onrechte heeft geconcludeerd dat klager nimmer heeft aangetoond dat hij over het vereiste opleidingsniveau zou beschikken en dat er dan ook geen aanleiding is om klager met terugwerkende kracht vanaf 1 november 2014 te bevorderen tot schaal 9.
5.7.
Het bezwaar is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

6.Beslissing

Het Gerecht in ambtenarenzaken:
verklaart het bezwaar ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Ghrib, rechter in het gerecht in ambtenarenzaken van Sint Maarten, en uitgesproken in het openbaar in tegenwoordigheid van de griffier op 20 juni 2022.
Tegen deze uitspraak is hoger beroep mogelijk. Zie titel IV van de regeling Ambtenarenrechtspraak.