Uitspraak
DE GOUVERNEUR VAN SINT MAARTEN,
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Klaagster, werkzaam als Parketsecretaris bij het Parket in Eerste Aanleg te Sint Maarten, vordert betaling van vier jaarlijkse termijnen van een overeengekomen studieschuldvergoeding. De Minister van Justitie weigerde deze betalingen, stellende dat de aanvragen niet tijdig waren ingediend en dat het beleid alleen voor Sint Maartenaren geldt.
Het Gerecht stelt vast dat klaagster recht heeft op de Incentive regeling zoals vastgelegd in het Landsbesluit van 9 juli 2012, waarbij jaarlijks 10% van de studieschuld wordt vergoed tot maximaal 50%. De eerste betaling is reeds gedaan, maar de vervolgbetalingen werden onterecht geweigerd. Klaagster heeft tijdig en op correcte wijze haar verzoeken ingediend, en is daarbij door verweerder jarenlang op het verkeerde been gezet.
Het Gerecht oordeelt dat de wijze van handelen van de Minister van Justitie het beginsel van behoorlijk bestuur, met name het fair play-beginsel, heeft geschonden. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken te betalen vier termijnen van USD 5.353,99, totaal USD 21.415,96. Het beroep tegen de Gouverneur en het Land wordt niet-ontvankelijk verklaard, het beroep tegen de Minister van Justitie wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: De Minister van Justitie wordt opgedragen binnen zes weken vier termijnen van USD 5.353,99 te betalen aan klaagster.