ECLI:NL:OGAACMB:2022:97
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerecht verklaart fictieve weigering tot besluitvorming over aanstelling ambtenaar gegrond
Klager verzocht de minister van Justitie van Sint Maarten om aanstelling als agent van politie c.q. brigadier en vaststelling van zijn rechtspositie met bijbehorende bezoldiging. Na uitblijven van een beslissing op dit verzoek, diende klager een bezwaarschrift in tegen de fictieve weigering van de minister om te beslissen.
Het Gerecht stelde vast dat de minister in een brief had aangegeven dat het verzoek van klager enige grond had en dat een concept-landsbesluit was opgesteld, maar dat dit besluit niet was ondertekend door de Gouverneur, die als bevoegd gezag het uiteindelijke besluit moet nemen. De Gouverneur neemt besluiten op voordracht van de minister, maar heeft de exclusieve bevoegdheid om te beschikken over aanstelling en bevordering.
Het Gerecht oordeelde dat het uitblijven van ondertekening van het landsbesluit neerkomt op een weigering om te beslissen binnen een redelijke termijn. Daarom werd het bezwaar gegrond verklaard, werd de weigering nietig verklaard en werd de minister opgedragen binnen vier weken alsnog te beslissen. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van klager.
Uitkomst: Het Gerecht verklaart de fictieve weigering gegrond, beveelt binnen vier weken een besluit te nemen en veroordeelt tot proceskostenvergoeding.