ECLI:NL:OGAACMB:2022:98
Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring bezwaar tegen fictieve weigering aanstelling politieagent Sint Maarten
Klaagster verzocht op 16 september 2021 om aanstelling als agent van politie c.q. brigadier met vaststelling van haar rechtspositie en bezoldiging. Na eerdere uitspraak in november 2020 waarin het uitblijven van een beslissing werd veroordeeld, werd opnieuw niet beslist op het verzoek. Het Gerecht verklaarde het bezwaar tegen de fictieve weigering gegrond wegens het uitblijven van een besluit binnen een redelijke termijn.
Het Gerecht oordeelde dat de Gouverneur het bevoegde gezag is voor aanstelling en bevordering van ambtenaren, op voordracht van de minister, en dat de minister de medewerking van de Gouverneur behoeft. De Gouverneur heeft de uiteindelijke bevoegdheid en dient in rechte verantwoording af te leggen.
Het Gerecht legde een dwangsom op van US$ 200 per dag bij niet-beslissen binnen vier weken en veroordeelde verweerder tot vergoeding van NAf 700 aan klaagster voor proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Ghrib op 29 juli 2022 en is vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het bezwaar tegen de fictieve weigering is gegrond verklaard en verweerder is opgedragen binnen vier weken te beslissen met oplegging van een dwangsom bij niet-naleving.