Uitspraak
HET GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN ARUBA
[Klager],
DE GOUVERNEUR VAN ARUBA,
PROCESVERLOOP
OVERWEGINGEN
feiten
- dat klager op 28 december 2019 en 7 maart 2020 voor een totaal van 10 uren en 23 minuten ongeoorloofd afwezig is geweest;
- dat klager zich niet bij de dienst noch bij de Sociale Verzekeringsbank heeft gemeld, zich niet heeft gehouden aan het voor hem geldende dienstrooster en zich niet heeft gehouden aan de regels van het CEA;
- dat indien klager nog steeds ziek was op 28 december 2019, hij zich wederom had moeten melden bij de SVB. Volgens de verzuimlijst van de SVB heeft hij dit niet gedaan. Indien een fout is gemaakt door de SVB, had klager met schriftelijk bewijs daarvan moeten komen;
- dat klager op de hoogte is dat hij de post niet mag verlaten zonder toestemming van zijn ploegleider. Het is verboden toestemming te vragen en/of te krijgen van een ander dan die van de ploegleider;
- dat uit dossieronderzoek is gebleken dat klager in het verleden zich meerdere malen schuldig gemaakt heeft aan plichtsverzuim wegens ongeoorloofd verzuim, waardoor aan hem diverse disciplinaire straffen zijn opgelegd, laatstelijk bij landsbesluit van 11 oktober 2017 No. 15 de disciplinaire straf van gedeeltelijke inhouding van het inkomen ten bedrage van Afl. 500,-;
- gelet hierop en het tijdsverloop de disciplinaire straf gematigd wordt en in plaats van de disciplinaire staf van gedeeltelijke inhouding van het inkomen ten bedrage van Afl. 1.100,- de disciplinaire straf van gedeeltelijke inhouding van het inkomen ten bedrage van Afl. 600,- opgelegd wordt.
DE UITSPRAAK
- Als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen dertig dagen na de dag van de uitspraak;
- In de andere gevallen: binnen dertig dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.