ECLI:NL:OGAACMB:2024:1

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
24 januari 2024
Publicatiedatum
29 januari 2024
Zaaknummer
BON2032H00026R
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Rectificatie uitspraak over proceskosten in ambtenarenzaak op Bonaire

In deze zaak heeft de gemachtigde van appellante de Raad van Beroep verzocht om rectificatie van de uitspraak van 17 januari 2024, omdat de proceskosten niet correct waren berekend. De Raad heeft dit verzoek onderzocht en vastgesteld dat het bedrag aan proceskosten dat de minister moest vergoeden niet overeenkwam met de berekeningswijze zoals vermeld in de overwegingen van de oorspronkelijke uitspraak.

De Raad heeft daarom de uitspraak aangepast. In overweging 7.2 is het bedrag van de proceskosten vastgesteld op USD 1.955,-, gebaseerd op een puntensysteem waarbij elk punt een waarde van USD 391,- vertegenwoordigt. Dit bedrag betreft de kosten van bezwaar en hoger beroep, inclusief het verschijnen bij de zittingen.

In de beslissing is de minister veroordeeld tot het vergoeden van deze proceskosten aan appellante, waarbij is benadrukt dat het geheel toe te rekenen is aan door een derde beroepsmatig verleende bijstand. De rectificatie is uitgesproken door de Raad van Beroep op 24 januari 2024 en betreft een nauwkeurige correctie van de proceskostenvergoeding.

Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van USD 1.955,- aan appellante.

Uitspraak

Wet ambtenarenrechtspraak 1951 BES (War 1951 BES)

Uitspraakdatum: 24 januari 2024
Zaaknummer: BON2021H00026R

RAAD VAN BEROEP

IN AMBTENARENZAKEN
VAN BONAIRE, SINT EUSTATIUS EN SABA

Uitspraak

Ter rectificatie van de uitspraak van 17 januari 2024, BON2021H00026, ECLI:NL:ORBAACM:2024:1.

Partijen:

[appellante],

wonend in Bonaire (hierna: [appellante]),
gemachtigde: mr. A.T.C. Nicolaas, advocaat,
en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (hierna: minister),

gemachtigde: mr. T. Breugom, advocaat.

Procesverloop

De gemachtigde van [appellante] heeft de Raad verzocht de uitspraak van 17 januari 2024 tussen partijen te rectificeren. Volgens de gemachtigde heeft de Raad bij de berekening van de proceskosten een kennelijke fout gemaakt. Naar aanleiding van dit verzoek heeft de Raad vastgesteld dat het in overweging 7.2 en de beslissing van deze uitspraak genoemde bedrag aan door de minister te vergoeden proceskosten niet overeenkomt met in de overweging 7.2 genoemde berekeningswijze van de proceskosten.

Overwegingen

1. De Raad wijzigt de uitspraak van 17 januari 2024, BON2021H00026, als volgt:
1.1.
Overweging 7.2 wordt:
7.2.
Gelet op 7.1 bestaat aanleiding de minister te veroordelen in de proceskosten van Croeze in bezwaar en hoger beroep. Deze kosten worden begroot op USD 1.955,- (1 punt voor het bezwaarschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting bij het Gerecht, 1 punt voor hoger beroepschrift en 2 punten voor het verschijnen ter zittingen bij de Raad, met een waarde per punt van USD 391,-).
1.2
Het vijfde gedachtestreepje onder “
Beslissing”wordt:
-
veroordeeltde minister in de vergoeding van de kosten van [appellante] tot een bedrag van USD 1.955,-, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende bijstand.

Beslissing

De Raad van Beroep rectificeert zijn uitspraak van 17 januari 2024, BON2021H00026, als in de overwegingen is weergegeven.
Deze uitspraak is gewezen door mr. W.H. Bel, voorzitter, en mr. P. Klik en
mr. B. Nijland, leden, en uitgesproken in het openbaar op 24 januari 2024 in tegenwoordigheid van de griffier.