Klaagster was werkzaam als chef salarisadministratie bij de Directie Financiën (DF) en werd bevorderd naar schaal 11. Zij verzocht met terugwerkende kracht om een hogere waardering gelijk aan die van een vergelijkbare functie bij het Departamento Recurso Humano (DRH), die tot schaal 13 is gewaardeerd. Verweerder wees dit verzoek af. Klaagster maakte bezwaar en stelde dat haar functie gelijkwaardig was aan de Hoofd Shared Service Center bij DRH, die hoger is gewaardeerd.
Het gerecht oordeelt dat het verzoek niet kan worden gezien als een algemeen verzoek tot functiewaardering, omdat functiewaarderingsbesluiten niet door de ambtenarenrechter kunnen worden beoordeeld. Het verzoek wordt beschouwd als een poging om het landsbesluit van 15 oktober 2021, waarin zij werd bevorderd, met terugwerkende kracht te wijzigen. Aangezien klaagster destijds geen bezwaar maakte tegen dat besluit, moet dit besluit als rechtmatig worden beschouwd.
Verder oordeelt het gerecht dat klaagster geen nieuwe feiten of veranderde omstandigheden heeft aangevoerd die herziening van het besluit rechtvaardigen. De vergelijking met de DRH-functie is onvoldoende onderbouwd en betreft geen nieuw feit, aangezien de waarderingen bij DRH reeds in 2010 waren vastgesteld. Verweerder heeft bovendien betwist dat de functies gelijkwaardig zijn. Het bezwaar wordt ongegrond verklaard en een proceskostenveroordeling wordt niet toegewezen.