Klaagster, werkzaam als airport manager, vorderde een beschikbaarheidsvergoeding voor uren buiten haar reguliere werktijd waarin zij beschikbaar was voor medische evacuaties. Verweerder wees dit af omdat klaagster niet formeel was aangewezen voor beschikbaarheidsdiensten en niet in het beschikbaarheidschema was opgenomen.
Het Gerecht stelde vast dat de regeling in artikel 25a juncto artikel 37c van het Rechtspositiebesluit vereist dat een vergoeding alleen wordt toegekend aan ambtenaren die door het bevoegd gezag formeel zijn aangewezen in een beschikbaarheidschema. Feitelijke beschikbaarheid of een binnen de organisatie gevolgde praktijk is onvoldoende.
Klaagster voerde aan dat zij feitelijk structureel beschikbaar was en zich beroept op het vertrouwensbeginsel vanwege eerdere betalingen en correspondentie. Het Gerecht oordeelde dat geen ondubbelzinnige toezegging was gedaan en dat de betalingen niet tot gerechtvaardigd vertrouwen leiden.
De werkzaamheden van klaagster vielen onder haar leidinggevende functie en waren geen formeel opgelegde beschikbaarheidsdiensten. De bestreden beschikking is daarom terecht en het bezwaar ongegrond verklaard.