Uitspraak
1.[klager 1],
2. [klager 2],
3. [klager 3],
4. [klager 4],
5. [klager 5],
1.DE GOUVERNEUR VAN HET LAND SINT MAARTEN,
2. DE MINISTER VAN JUSTITIE VAN HET LAND SINT MAARTEN,
- verweerders verzocht een aantal nader genoemde stukken in het geding te brengen;
- verweerders verzocht een schriftelijke zienswijze in te dienen over de vraag of klagers aanspraak kunnen maken op de door hen verzochte bevorderingen met een ingangsdatum vóór 1 januari 2023;
- klagers verzocht schriftelijk toe te lichten op welke gronden zij aanspraak menen te kunnen maken op een bevordering met een ingangsdatum vóór 1 januari 2023.
binnen 6 (zes) weken na hedenuitvoering dienen te geven aan deze uitspraak door de tredes vanaf 1 januari 2017 voor ieder opvolgend jaar vast te stellen overeenkomstig de rechtspositionele systematiek en de achterstallige bezoldiging waarop klagers aanspraak hebben uit te betalen, met inachtneming van deze uitspraak, waarbij de minister zorg draagt voor de feitelijke uitvoering daarvan;