ECLI:NL:OGAACMB:2026:41

Gerecht in Ambtenarenzaken van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Datum uitspraak
23 juni 2026
Publicatiedatum
29 juni 2026
Zaaknummer
CUR202504524
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • N.M. Martinez
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging benoemingsbesluit wegens motiveringsgebrek bij omzetting functie ambtenaar

Klaagster, werkzaam bij het Sentro di Detenshon i Korekshon Kòrsou (SDKK), werd benoemd in de functie van Adviseur Consulent D met terugwerkende kracht vanaf 1 september 2017. Zij maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat het besluit onvoldoende gemotiveerd was en dat de ingangsdatum onjuist was, omdat volgens haar het Sociaal Plan SDKK van toepassing was met ingang van 10 oktober 2010.

Het Gerecht oordeelt dat het benoemingsbesluit niet is gemotiveerd, waardoor het besluit vernietigd moet worden. De Regering heeft in de procedure toegelicht dat het besluit voortvloeit uit een overheid breed traject tot omzetting van dienstspecifieke functies naar generieke functies, losstaand van het Sociaal Plan SDKK. Het Gerecht stelt vast dat er twee afzonderlijke trajecten zijn, waarbij het eerdere landsbesluit van 9 april 2018 met ingang van 10 oktober 2010 rechtsgeldig is vastgesteld.

De rechtspositie van klaagster kan daarom slechts worden beoordeeld vanaf 1 september 2017. Het Gerecht acht de ingangsdatum en functiekeuze door de Regering gerechtvaardigd en wijst het beroep op het gelijkheidsbeginsel af. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven in stand. De Regering wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten van Cg 1.400,- aan klaagster.

Uitkomst: Het benoemingsbesluit wordt vernietigd wegens motiveringsgebrek, maar de rechtsgevolgen blijven in stand en de Regering wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

GERECHT IN AMBTENARENZAKEN VAN CURAÇAO

uitspraak
in de zaak van:

[Klaagster],

wonende in Curaçao,
klaagster,
gemachtigde: A.V.E. Vilchez,
tegen

de Regering van Curaçao,

verweerster,
hierna: de Regering,
gemachtigden: mr. L.M. Virginia en mr. L. Sluiter, beiden advocaat.

Inleiding

1.1
Het Gerecht beoordeelt in deze uitspraak het landsbesluit van 9 september 2025 (het bestreden besluit), waarbij de rechtspositie van klaagster is herzien. Daarbij is zij benoemd in de functie van Adviseur Consulent D en is haar bezoldiging met ingang van 1 september 2017, 1 januari 2018 en 1 januari 2019 vastgesteld.
1.2
Klaagster heeft op 6 november 2025 bezwaar gemaakt daartegen bij het Gerecht.
1.3
De Regering heeft een contramemorie ingediend.
1.4
Zowel klaagster als de Regering hebben voorafgaand aan de zitting nadere stukken ingediend.
1.5
De zaak is op 24 april 2026 ter zitting behandeld. Klaagster is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Namens de Regering is mr. Sluiter voornoemd verschenen, vergezeld door [opleidingscoördinator], opleidingscoördinator bij het Sentro di Detenshon i Korekshon Kòrsou (SDKK).

Overwegingen

2. Het Gerecht beoordeelt in deze uitspraak het landsbesluit waarbij klaagster is benoemd in de functie van Adviseur Consulent D. Het Gerecht komt tot het oordeel dat het bezwaar gegrond is, omdat het bestreden besluit in het geheel niet is gemotiveerd. Het Gerecht ziet in de door de Regering in deze procedure gegeven motivering aanleiding de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten. Het Gerecht legt hierna uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Wat is relevant om te weten in deze zaak?
3. Klaagster is aangesteld als ambtenaar en is tewerkgesteld bij het SDKK.
3.1
In het kader van een reorganisatie bij het SDKK heeft de minister van Justitie (de minister) op 19 juni 2015 met de vakbonden ABVO, SAP en STRAF afspraken gemaakt over de wijze waarop ambtenaren vanuit de oude in de nieuwe organisatie zouden worden geplaatst. Deze afspraken zijn vastgelegd in het Sociaal Plan SDKK. Daarin is onder meer overeengekomen dat het Sociaal Plan met ingang van 10 oktober 2010 in werking treedt en dat het Functieboek 2009 wordt geïmplementeerd met inachtneming van het Sociaal Plan.
3.2
Klaagster is bij landsbesluit van 9 april 2018, ter uitvoering van het Sociaal Plan SDKK, met ingang van 10 oktober 2010 geplaatst in de functie van ICT-medewerker en is geplaatst in bezoldigingsschaal 9, trede 9.
3.3
De directeur van het SDKK (de directeur) heeft bij brief van 10 mei 2022 aan de minister verzocht een aantal functies, waaronder de functie van klaagster, om te zetten naar generieke functies binnen de overheid. Daarbij heeft de directeur voorgesteld de omzetting uit te voeren overeenkomstig het rapport van Balance Consultancy, waarin de betrokken functies in 2021 op verzoek van het SDKK zijn gewaardeerd en geconverteerd naar generieke overheidsfuncties.
3.4
De Raad van Ministers heeft op 17 november 2023 ingestemd met het verzoek van de directeur en de daarbij voorgestelde conversie.
3.5
Klaagster is bij landsbesluit van 26 maart 2024 benoemd in de functie van ICT functionaris E.
3.6
Dat landsbesluit is vervolgens bij landsbesluit van 9 september 2025 ingetrokken omdat de daarbij gehanteerde functiebenaming noch in het dienst specifieke noch in het generieke functieboek van het Land voorkomt.
3.7
De rechtspositie van klaagster is bij het bestreden besluit herzien. Zij is daarbij benoemd in de functie van Adviseur Consulent D en ingeschaald in schaal 11, trede 1 met ingang van 1 september 2017, schaal 11, trede 2 met ingang van 1 januari 2018 en schaal 11, trede 3 met ingang van 1 januari 2019.
Is het bestreden besluit voldoende gemotiveerd?
4.1
Het Gerecht stelt vast dat het bestreden besluit niet is gemotiveerd. Uit het besluit blijkt immers niet op grond waarvan klaagster met ingang van 1 september 2017 is benoemd in de functie van Adviseur Consulent D. Het kon voor klaagster dan ook niet duidelijk zijn waarom de Regering voor die datum en die functie gekozen heeft. Al om die reden moet het bestreden besluit worden vernietigd.
4.2
De Regering heeft in het kader van deze procedure toegelicht dat het bestreden besluit is genomen in het kader van een overheid breed traject tot omzetting van dienst specifieke functies naar generieke functies binnen het Functieboek Land Curaçao. Ook het SDKK werd bij dit traject betrokken. Daarbij is, gelet op de voor de werkzaamheden van klaagster vereiste vakinhoudelijke kennis en de gewenste bezoldiging in schaal 11, gekozen voor de functie van Adviseur Consulent D.
4.3
Het Gerecht zal, gelet op deze door de Regering gegeven motivering en de daartegen door klaagster aangevoerde bezwaargronden, beoordelen of de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten kunnen worden.
Moet het bestreden besluit terugwerken tot 10 oktober 2010?
5. Klaagster is het niet eens met de ingangsdatum van het bestreden besluit. Zij stelt dat deze, gelet op het Sociaal Plan SDKK, 10 oktober 2010 had moeten zijn. Volgens klaagster heeft de Regering met het bestreden besluit een al langer bestaand probleem, namelijk de te lage inschaling van haar functie, rechtgezet. Volgens haar brengt ook dit mee dat de benoeming met ingang van 10 oktober 2010 had moeten plaatsvinden. Daarnaast voert zij aan dat het besluit, mede gelet op de gevolgen voor haar pensioen, terugwerkende kracht tot die datum had moeten hebben.
6. De Regering stelt zich op het standpunt dat het bestreden besluit geheel losstaat van het traject ter uitvoering van het Sociaal Plan SDKK. Klaagster is volgens de Regering daarom al eerder, ter uitvoering van dat Sociaal Plan, in het kader van de reorganisatie bij het SDKK bij landsbesluit van 9 april 2018 met ingang van 10 oktober 2010 in een functie op grond van het Functieboek 2009 geplaatst.
7. Het betoog van klaagster slaagt niet. Het Gerecht overweegt daartoe als volgt.
7.1.1
Klaagster heeft niet, althans onvoldoende betwist dat binnen het SDKK sprake is geweest van twee afzonderlijke trajecten die elk tot een landsbesluit met betrekking tot haar rechtspositie hebben geleid. Het eerste traject betreft de reorganisatie op basis van het Sociaal Plan SDKK. In dat kader is klaagster bij landsbesluit van 9 april 2018, met ingang van 10 oktober 2010, geplaatst in een functie op grond van het Functieboek 2009, namelijk de functie van ICT-medewerker. Het bestreden besluit is een uitvloeisel van het tweede traject, namelijk het overheid brede traject tot omzetting van dienst specifieke functies naar generieke functies binnen het Functieboek Land Curaçao. Het bestreden besluit is dus niet genomen in het kader van de uitvoering van het Sociaal Plan SDKK en is dus niet tot stand gekomen in het kader van de reorganisatie bij het SDKK.
7.1.2
Het landsbesluit van 9 april 2018 op grond waarvan klaagster met ingang van 10 oktober 2010 is aangesteld als ICT-medewerker staat in rechte vast omdat klaagster na de ontvangst daarvan geen rechtsmiddelen heeft aangewend daartegen. Daarmee staat dus ook klaagsters rechtspositie met ingang van 10 oktober 2010 in rechte vast.
7.1.3
Het Gerecht kan daarom in het kader van deze procedure niet oordelen over de rechtspositie van klaagster in de periode voorafgaand aan de periode waarop het bestreden besluit betrekking heeft. De beoordeling van het Gerecht beperkt zich dus tot de periode vanaf 1 september 2017 omdat de rechtspositie van klaagster op grond van het bestreden besluit per die datum is gewijzigd. Het Gerecht kan daarom niet beoordelen of het bestreden besluit in plaats van tot laatstgenoemde datum tot 10 oktober 2010 had moeten terugwerken.
7.2
Van benadeling van klaagster met mogelijke nadelige gevolgen voor haar pensioen door de gekozen ingangsdatum van het bestreden besluit is het Gerecht niet gebleken. Het Gerecht acht daarbij van belang dat op grond van het eerdergenoemde landsbesluit van 9 april 2018 in rechte vaststaat klaagster in schaal 9, trede 9 was geplaatst. Op grond van het bestreden besluit is klaagster geplaatst in schaal 11, trede 1. De bezoldiging van klaagster op grond van het bestreden besluit is dus twee schalen hoger dan het was op grond van dat landsbesluit van 9 april 2018. Verder acht het Gerecht van belang dat pas bij besluit van de Raad van Ministers van 17 november 2023 het traject tot omzetting van dienst specifieke functies naar generieke functies is goedgekeurd. De Regering had de benoeming met bijbehorende hogere inschaling in beginsel kunnen laten ingaan op een datum gelegen na de datum van dat besluit. De gemachtigde van de Regering heeft desgevraagd toegelicht dat desondanks geheel onverplicht en dus uit coulance een terugwerkende kracht van ruim zes jaar is toegekend aan het bestreden besluit. Van benadeling van klaagster door de gekozen ingangsdatum is het Gerecht dan ook niet gebleken.
Heeft de Regering klaagster terecht in de functie van Adviseur Consulent D benoemd?
8. Klaagster is het verder ook niet eens met de functie waarin zij is benoemd. Zij stelt dat zij feitelijk dezelfde werkzaamheden is blijven uitvoeren als voor het bestreden besluit en dat die werkzaamheden niet passen bij de functie van Adviseur Consulent D. Volgens klaagster had zij, gelet op het rapport van Balance Consultancy, moeten worden benoemd in de functie van IT-coördinator. Met de bij het bestreden besluit toegekende bezoldigingsschaal 11 is zij wel akkoord.
9. Het Gerecht volgt klaagster niet in haar betoog en overweegt daartoe als volgt.
9.1
Anders dan klaagster stelt, was de Regering niet gehouden het rapport van Balance Consultancy te volgen bij de functiekeuze. De Regering heeft toegelicht dat bij de keuze voor de functie van Adviseur Consulent D is gelet op de voor de werkzaamheden van klaagster vereiste vakinhoudelijke kennis en de gewenste bezoldiging in schaal 11. Het Gerecht ziet in deze toelichting geen aanleiding voor het oordeel dat de functiekeuze onjuist is. Daar komt bij dat de Regering onweersproken heeft gesteld dat de door klaagster gewenste functie van IT-coördinator niet voorkomt binnen het functieboek 2009 van het SDKK noch binnen het Functieboek Land Curaçao.
9.2
Klaagster heeft weliswaar gesteld dat haar werkzaamheden niet overeenkomen met de functiebeschrijving van Adviseur Consulent D, zij heeft die stelling echter niet, althans onvoldoende toegelicht. Zo heeft zij niet aangegeven welke werkzaamheden zij feitelijk verricht en op welke punten deze afwijken van de door de Regering overgelegde functiebeschrijving van Adviseur Consulent D.
Heeft de Regering in strijd gehandeld met het gelijkheidsbeginsel?
10. Klaagster heeft verder een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel. Ter onderbouwing daarvan heeft zij landsbesluiten van twee collega's, te weten [A] en [B] overgelegd. Uit die landsbesluiten blijkt dat deze collega's met ingang van 10 oktober 2010, ter uitvoering van het Sociaal Plan SDKK, zijn benoemd in respectievelijk de functie van Medewerker HRM en Penitentiair Inrichtingswerker.
11. Deze bezwaargrond slaagt niet. De door klaagster overgelegde landsbesluiten hebben betrekking op benoemingen in het kader van de uitvoering van het Sociaal Plan SDKK. Het bestreden besluit betreft daarentegen de omzetting van dienst specifieke functies naar generieke functies binnen het Functieboek Land Curaçao. Zoals het Gerecht heeft overwogen in overweging 7.1.1. betreft dit twee verschillende trajecten. Al om die reden is geen sprake van gelijke gevallen die ongelijk zijn behandeld. Bovendien vervullende door klaagster genoemde collega’s andere functies dan die van klaagster zodat ook om die reden geen sprake is van gelijke gevallen.

Conclusie en gevolgen

12. De slotsom is dat het bezwaar gegrond is. Het bestreden besluit wordt vernietigd. Het Gerecht ziet in de door de Regering in deze procedure gegeven motivering en het niet slagen van de bezwaargronden van klaagster aanleiding om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.
13. Omdat het bezwaar gegrond is, zal het Gerecht de Regering veroordelen in de proceskosten die klaagster heeft gemaakt. Deze vergoeding wordt begroot op Cg 1.400,-, te weten 2 punten à Cg 700,- (1 punt voor het indienen van het bezwaarschrift en 1 punt voor het bijwonen van de zitting).

Beslissing

Het Gerecht in Ambtenarenzaken:
  • verklaarthet bezwaar van klaagster
    gegrond;
  • vernietigthet bestreden besluit van 9 september 2025;
  • bepaaltdat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven;
  • veroordeeltde Regering tot betaling aan klaagster van haar proceskosten tot een bedrag van Cg 1.400,- geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus gedaan door mr. N.M. Martinez, rechter in ambtenarenzaken, en in het openbaar uitgesproken op 23 juni 2026 in tegenwoordigheid van P.N.F. Pereira do Tanque, griffier.

Informatie over hoger beroep

Tegen deze uitspraak kunnen alle partijen hoger beroep instellen bij de Raad van Beroep in ambtenarenzaken (RvBAz).
Het hoger beroepschrift moet worden ingediend
binnen 30 dagen:
  • als de indiener van het hoger beroep of zijn gemachtigde bij de uitspraak aanwezig is geweest: binnen 30 dagen na de dag van de uitspraak;
  • in de andere gevallen: binnen 30 dagen na de dag van de toezending of de terhandstelling van een afschrift van de uitspraak.
De indiener van het hoger beroep moet in ieder geval:
  • het hoger beroepschrift indienen in tweevoud;
  • een afschrift van deze uitspraak bijvoegen;
  • vermelden waarom hij het niet eens is met de uitspraak (hoger beroepsgronden).
Partijen kunnen gebruik maken van de mogelijkheid om binnen de gegeven hoger beroepstermijn te volstaan met een pro-forma hoger beroepschrift. Dit betekent dat de hoger beroepsgronden op een later moment kunnen worden ingediend.
Voor het instellen van hoger beroep is geen griffierecht verschuldigd.