Klaagster, sinds 1992 werkzaam bij het Korps Politie Sint Maarten, betwistte haar inschaling in schaal 6 als Administratief Medewerker en vorderde plaatsing in een hogere schaal voor de functie Medewerker Voorlichting en Communicatie. Zij stelde dat zij op grond van eerdere toezeggingen en functieboekwaarderingen recht had op een hogere inschaling.
Verweerder stelde dat klaagster feitelijk administratieve werkzaamheden verrichtte die overeenkomen met de functie van Administratief Medewerker en dat geen sprake was van een hogere functie. Het landsbesluit uit 2012, waarin haar rechtspositie was vastgesteld, was onaantastbaar geworden.
Het Gerecht oordeelde dat de bestreden beschikking de bestaande rechtspositie bevestigt en dat klaagster geen aanspraak kan maken op een hogere inschaling. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde wegens gebrek aan concrete toezeggingen en bevoegdheid. Ook was geen sprake van strijd met het rechtszekerheidsbeginsel.
Het bezwaar werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.