ECLI:NL:OGEAA:2011:BV2225
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gerecht oordeelt over geldigheidsduur zorgpas en aanspraken op medische zorg
Appellant werd op 5 december 2010 met spoed opgenomen wegens acute appendicitis en had toen een zorgpas waarvan de geldigheid op 11 september 2009 was verstreken. Op 6 december 2010 haalde zijn echtgenote een nieuwe zorgpas op bij verweerder, maar deze vermeldde geen geldigheidsdatum. Verweerder weigerde de medische kosten te vergoeden omdat appellant volgens hem niet over een geldige zorgpas beschikte.
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, dat door de bezwaaradviescommissie werd behandeld. Verweerder handhaafde echter de afwijzende beschikking. Het beroep bij het Gerecht richtte zich op de vraag of appellant op 5 december 2010 zijn aanspraken op medische zorg kon geldend maken.
Het Gerecht oordeelde dat appellant op grond van artikel 3 van Pro de Landsverordening algemene ziektekostenverzekering (LAZV) verzekerd was omdat hij in de basisadministratie stond ingeschreven en hoofdverblijf in Aruba had. De zorgpas is het bewijs van inschrijving, maar de wet verbindt geen geldigheidstermijn aan de definitieve inschrijving. Het door verweerder gevoerde beleid om een geldigheidstermijn van vijf jaar aan de zorgpas te verbinden is strijdig met de wet.
Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de afwijzende beschikking vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder wordt opgedragen opnieuw te beslissen en proceskosten te betalen.