ECLI:NL:OGEAA:2012:BV5695
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Nakoming vaststellingsovereenkomst en betalingsvordering in kort geding afgewezen voor sommige gedaagden
Op 2 november 2011 sloten Amplus en Vivendus een vaststellingsovereenkomst met gedaagden sub 8, 9 en 10, waarbij een betaling van in totaal US$ 1.085.000,00 was overeengekomen. De eerste termijn van US$ 250.000,00 werd voldaan, de tweede termijn van US$ 835.000,00 niet. Amplus en Vivendus vorderden in kort geding nakoming van deze overeenkomst door alle gedaagden.
Het gerecht oordeelde dat Amplus en Vivendus geen spoedeisend belang hadden bij de vordering tegen gedaagden 1 t/m 7, omdat het kort geding vonnis geen gezag van gewijsde heeft en de argumenten ook in de bodemprocedure naar voren kunnen worden gebracht. Daarom werden de vorderingen tegen deze gedaagden afgewezen.
Voor gedaagden 8, 9 en 10 werd het spoedeisend belang wel aannemelijk geacht vanwege dreigende financiële problemen bij Amplus en Vivendus. Gedaagden erkenden partij te zijn bij de overeenkomst en erkenden slechts één betalingstermijn te hebben voldaan. Hun beroep op redelijkheid en billijkheid vanwege deviezenproblemen in Venezuela werd verworpen omdat zij bij het sluiten van de overeenkomst op de hoogte waren van deze situatie.
Het gerecht veroordeelde gedaagden 8, 9 en 10 tot nakoming van de vaststellingsovereenkomst en bepaalde dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Vordering tot nakoming toegewezen voor gedaagden 8, 9 en 10, afgewezen voor gedaagden 1 t/m 7; ieder draagt eigen proceskosten.