Uitspraak
2.DE BEOORDELING TER ZAKE VAN DE VERZOCHTE WIJZIGING VAN EIS
3.DE STANDPUNTEN VAN PARTIJEN
4.DE BEOORDELING
5.DE BESLISSING
woensdag 26 maart 2014, ambtshalve peremptoir (P-1);
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
In deze civiele bodemzaak vordert het laboratorium I.L. Laboratorio Familiar N.V. (LF) betaling van openstaande declaraties van laboratoriumonderzoeken van de publiekrechtelijke ziektekostenverzekeraar Uitvoeringsorgaan Algemene Ziektekostenverzekering (UO). Het geschil draait om de vraag of het UO bevoegd was om eenzijdig een maximaal declarabel budget op te leggen aan LF voor de jaren 2011 en 2012, waarmee een einde kwam aan de open eind financiering tussen partijen.
Het gerecht oordeelt dat het UO terughoudendheid moet betrachten bij het beoordelen of een bestaande afspraak onaanvaardbaar is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid. Hoewel het UO verantwoordelijk is voor het beheersbaar houden van de kosten en beperkte collectieve middelen beheert, is het niet onaanvaardbaar dat de open eind financiering wordt voortgezet. Het UO had in plaats van eenzijdige budgetten te stellen, de tarieven kunnen verlagen.
Verder is onvoldoende onderbouwd dat de opgelegde budgetten gunstiger zijn voor de laboratoria dan een tariefsverlaging. Ook is het onaanvaardbaar dat verzekerden niet de zorg van hun keuze kunnen krijgen door de opgelegde budgetten. De hoofdsomvorderingen van LF worden in beginsel toegewezen, evenals de wettelijke rente. Het UO mag echter eerst de afgewezen facturen toetsen aan geldende criteria, waarna LF kan reageren. Het verzoek van het UO tot overlegging van stukken ex artikel 141 Rv Pro wordt afgewezen. De zaak wordt verwezen voor nadere proceshandelingen en verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: Het gerecht wijst de hoofdsomvordering van het laboratorium toe en oordeelt dat het UO niet bevoegd was om eenzijdig een maximaal declarabel budget op te leggen.