Uitspraak
1.PROCESVERLOOP
2.OVERWEGINGEN
Het standpunt van appellant
ingezetenewordt verstaan degene wiens persoonsgegevens in de bevolkingsadministratie van Aruba worden bijgehouden.
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
Appellant, geboren in 1938, ontving een ouderdomspensioen van de Sociale Verzekeringsbank (de bank) in Aruba. De bank verlaagde het pensioen met terugwerkende kracht tot 1998, omdat appellant tussen 1989 en 1994 in Nederland verbleef en daardoor niet als ingezetene van Aruba kon worden beschouwd. Appellant voerde aan dat hij zijn verblijf in Nederland niet had doorgegeven en dat de verlaging met zo'n grote terugwerkende kracht onredelijk was.
Het College oordeelde dat appellant inderdaad niet als ingezetene van Aruba kon worden gezien gedurende zijn verblijf in Nederland, ook al was hij in het bevolkingsregister ingeschreven gebleven. De bank had daarom terecht het pensioen verlaagd volgens artikel 8 van Pro de LvAOV. Echter, de bank mocht de verlaging niet met terugwerkende kracht toepassen tot 1998, maar pas vanaf de datum van schriftelijke kennisgeving in 2013.
Verder werd vastgesteld dat de bank terecht de pensioenuitkering stopzette vanaf september 2008, omdat appellant sinds 2006 Aruba had verlaten zonder dit te melden en de bank geen contact met hem kon krijgen. De onbetaalde pensioenbedragen tussen september 2008 en oktober 2010 kunnen niet meer worden uitbetaald vanwege verjaring volgens artikel 15 van Pro de LvAOV.
Het beroep van appellant werd gedeeltelijk gegrond verklaard: de terugwerkende verlaging vóór 1 februari 2013 werd vernietigd, maar de verlaging vanaf die datum werd bevestigd. Het verzoek tot voortzetting van het pensioen vanaf september 2008 zonder korting werd afgewezen.
Uitkomst: De verlaging van het ouderdomspensioen is vernietigd voor de periode vóór 1 februari 2013, maar bevestigd vanaf die datum; het pensioen wordt niet ongewijzigd voortgezet vanaf september 2008.