ECLI:NL:OGEAA:2015:103
Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering op doorbetaling loon en overige vergoedingen na einde arbeidsovereenkomst met overheid
A was in dienst bij het Land Aruba voor de duur van de regeerperiode van het kabinet Mike Eman I, welke duurde tot oktober 2013. Na afloop van deze periode werd A een nieuw contract aangeboden voor de regeerperiode Mike Eman II, dat zij niet accepteerde. A bleef echter doorwerken en vorderde loon en diverse vergoedingen tot 18 februari 2014.
De gemachtigde van het Land zei de overeenkomst op per 18 februari 2014 en betwistte de voortzetting van de arbeidsovereenkomst na 31 oktober 2013. De rechtbank oordeelde dat de arbeidsovereenkomst niet stilzwijgend was voortgezet omdat er geen overeenstemming was over een nieuw contract. A werd geacht te weten dat een nieuw contract vereist was en had dit aanbod afgewezen.
De rechtbank veroordeelde het Land slechts tot uitbetaling van 42 vakantiedagen uit coulance en wees de overige vorderingen af. A werd veroordeeld in de proceskosten. Er was geen sprake van schending van goed werkgeverschap door het Land.
Uitkomst: De vorderingen van A worden afgewezen behalve de uitbetaling van 42 vakantiedagen; A wordt veroordeeld in de proceskosten.