De moeder heeft de man aangewezen als vader van de minderjarige, geboren in 2013 in Aruba. De moeder heeft het ouderlijk gezag over het kind. De moeder verzocht het gerecht om de vader te veroordelen tot betaling van kinderalimentatie van 300 gulden per maand vanaf 1 maart 2015.
Tijdens de mondelinge behandeling op 12 mei 2015 stemde de vader in met het verzoek, waarna partijen overeenkwamen dat de vader vanaf 3 juni 2015 250 gulden per maand zal betalen ter bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind.
Het gerecht veroordeelde de vader conform deze afspraak tot betaling van 250 gulden per maand via de Voogdijraad, met ingang van 3 juni 2015, en verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad.