De Voogdijraad verzocht het Gerecht in Eerste Aanleg van Aruba om de moeder te ontheffen uit het ouderlijk gezag over vijf minderjarigen, geboren tussen 2001 en 2010, vanwege haar ongeschiktheid en onmacht om haar opvoedingsplicht te vervullen. De minderjarigen waren sinds 2012 onder toezicht gesteld en deels geplaatst in kindertehuizen en pleeggezinnen.
Tijdens de zitting en op basis van een rapport van de gezinsvoogdes werd geconcludeerd dat de moeder geen adequate opvoedingsvaardigheden toonde, geen externe hulp zocht voor haar psychische problemen, gemaakte afspraken niet nakwam en een defensieve houding aannam bij confrontatie. De moeder erkende haar onvermogen maar verzette zich tegen het uit elkaar halen van de kinderen.
Het gerecht oordeelde dat de ontheffing noodzakelijk was in het belang van de minderjarigen om hen te beschermen tegen zedelijke of lichamelijke ondergang. De voogdij werd toegewezen aan de grootmoeder moederszijde voor drie kinderen, aan de vader voor één kind en aan de grootmoeder vaderszijde voor het vijfde kind. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad gegeven.